Skip to main content Skip to footer

Mei 2026: de maand waarin de toekomst opnieuw aanklopte

De grootste verrassing, en misschien ook de grootste schok, was het overlijden van Marjan Minnesma. Niet omdat mensen niet ziek kunnen worden, maar omdat sommige mensen zozeer samenvallen met energie, daadkracht en onverzettelijkheid dat hun sterfelijkheid bijna ondenkbaar lijkt. Mede-oprichter van Urgenda, Jan Rotmans, zei over haar dat zij in een voetbalteam tegelijk spits, spelverdeler én laatste man zou zijn. Dat beeld blijft hangen. Minnesma was niet alleen iemand die actie voerde. Zij belichaamde het idee dat burgers en maatschappelijke organisaties de staat kunnen dwingen zijn eigen beloften serieus te nemen. De Urgenda-zaak was daarom veel meer dan een klimaatzaak. Het was een correctie op bestuurlijk uitstelgedrag. Een herinnering dat recht en moraal soms sneller kunnen bewegen dan politiek.

Juist daarom voelde haar dood zo symbolisch in een maand waarin klimaatverandering overal opdook, maar vaak nog steeds als bijzaak werd behandeld. Hans Stegeman schreef over de branden op de Veluwe, de Oirschotse Heide en de Weerterheide: militaire oefeningen bedoeld om ons voor te bereiden op toekomstige veiligheidsrisico’s veroorzaakten veiligheidscrises in het heden. Dat is bijna te veelzeggend. We oefenen voor dreigingen van morgen terwijl de dreiging van vandaag al om zich heen grijpt. De natuurbrand wordt zo een metafoor voor politiek bestuur: alles correct aangevraagd, alles formeel goedgekeurd, niemand heeft iets verkeerd gedaan en toch staat de boel in brand.

Klimaat is meer dan een dossier

Daarmee raken we aan een dieper probleem. Veel beleid is nog ingericht op de fictie dat klimaatverandering een sector is, een dossier naast andere dossiers. Maar klimaat is geen dossier meer. Het is de onderlaag van economie, veiligheid, gezondheid, wonen, migratie en internationale politiek. Beatrice de Graaf noemde dit tijdperk er een van “transboundary crises”: crises die grenzen overschrijden en elkaar versterken. Oorlog leidt tot energiecrisis, energiecrisis tot inflatie, stikstof tot woningnood, woningnood tot asieldruk, klimaatverandering tot natuurbranden, verlies van biodiversiteit en nieuwe vormen van onzekerheid. De vraag is niet meer welke crisis eerst moet worden opgelost, maar of onze instituties nog begrijpen dat de crises met elkaar verbonden zijn.

 

De top in Colombia

Toch waren er in mei ook tekenen van beweging. De internationale top in Colombia over het stoppen met fossiele brandstoffen werd ‘historisch’ genoemd, juist omdat daar voor het eerst meer dan vijftig landen samenkwamen om niet alleen over emissiereductie te praten, maar over de afbouw van olie, kolen en gas zelf. Er kwam geen spectaculair akkoord, maar misschien was dat ook niet het punt. De waarde lag in het doorbreken van een taboe: fossiele brandstoffen zijn niet slechts een probleem van uitstoot aan het einde van de pijp, maar van productie, macht en afhankelijkheid aan het begin ervan. Frankrijk presenteerde een routekaart: geen kolen meer in 2030, geen olie meer in 2045 en geen gas meer in 2050. Dat zijn jaartallen die politiek ongemakkelijk zijn, maar moreel verhelderend. Ze dwingen tot de vraag: wanneer zijn wij klaar met het verleden?

 

Zeitwende

Ook dichter bij huis speelde die vraag. De discussie over CO₂-opslag, met projecten als Porthos, Aramis en Abeona (de drie grote Nederlandse projecten voor het afvangen en opslaan van CO₂ (Carbon Capture and Storage, of CCS) diep onder de Noordzee), laat zien hoe ingewikkeld de energietransitie is geworden. Opslag onder de Noordzee kan helpen om industriële uitstoot te verminderen, maar roept ook de vraag op of we hiermee werkelijk veranderen of vooral doorgaan met een oud systeem en daar een technische pleister op plakken. Emeritus hoogleraar Albert Koers stelde nog scherper dat we aan de vooravond staan van een ‘Zeitwende’: een centralistisch, grootschalig en fossiel energiesysteem zal moeten wijken voor een decentraal systeem waarin lokaal opgewekte hernieuwbare energie zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt. Zijn waarschuwing is relevant: als we honderden miljarden investeren in het versterken van het bestaande systeem, bouwen we misschien een perfecte infrastructuur voor een tijdperk dat voorbij is.

 

Morele urgentie en bestuurlijke traagheid

Maar klimaat was in mei niet het enige terrein waarop de spanning tussen morele urgentie en bestuurlijke traagheid zichtbaar werd. Asiel was misschien wel het meest terugkerende thema. Het kabinet presenteerde opnieuw asielmaatregelen: verruimde ongewenstverklaring, afschaffing van dwangsommen, strafbaarstelling van mensen die niet meewerken aan vertrek. Maar bij nadere beschouwing ging het om een kleine groep van 100 tot 300 zogenoemde terugkeerfrustreerders. Jurist van de Radboud universiteit, Carolus Grütters, stelde terecht de vraag hoe het kan dat wetgeving wordt opgetuigd rond zo’n kleine groep, terwijl de suggestie wordt gewekt dat dit het asielstelsel wezenlijk zal veranderen. Als er jaarlijks ongeveer 24.000 nieuwe asielzoekers komen en 16.500 gezinsherenigingen, is dit symboolpolitiek met een strafrechtelijk gezicht.

Tegelijkertijd zijn de echte problemen concreet en schrijnend. Het aantal kinderen in noodopvang is sinds 2022 verdrievoudigd: van 2.282 naar 7.019. Kinderen slapen in gymzalen, hotels, leegstaande kantoren en op schepen. Dat is geen natuurverschijnsel en ook niet simpelweg het gevolg van ‘te veel asielzoekers’. Het is mede het gevolg van politieke keuzes: opvangcapaciteit afbouwen, procedures laten vastlopen, statushouders te lang in azc’s laten zitten omdat er geen woningen zijn. Zo wordt een opvangcrisis gemaakt en vervolgens gebruikt als bewijs dat opvang niet werkt.

 

Gemengd wonen en statushouders sneller aan het werk

Daarom viel het bericht over gemengd wonen in Amsterdam op als een zeldzaam positief tegenbeeld. Vluchtelingen, studenten, mensen in voorrangberoepen en alleenstaanden die door een scheiding woonruimte nodig hebben, leven daar samen in complexen met eigen appartementen en gezamenlijke activiteiten. Het idee is eenvoudig en krachtig: integratie ontstaat niet door mensen apart te zetten, maar door ontmoetingen mogelijk te maken. Statushouders raken bovendien vaker en sneller aan werk dan tien jaar geleden. Dat nieuws past slecht in het dominante frame van passiviteit en afhankelijkheid. Het laat zien dat beleid dat inzet op verbinding en participatie wel degelijk werkt.

 

Een ansichtkaart doorbreekt de stilte

Het contrast met het geweld rond azc’s in de maand mei is groot. Uit onderzoek naar tachtig azc-locaties bleek dat een aanzienlijk deel niet doorging, soms door maatschappelijke onrust, soms door praktische of financiële redenen. Bij acht locaties was sprake van geweld; zes plannen werden daardoor teruggedraaid. Dat is ernstig, niet alleen vanwege de directe dreiging voor bewoners en bestuurders, maar ook omdat geweld dan effectief wordt. Het bericht over de ‘kaartjesregen’ naar vluchtelingen in Loosdrecht was daarom meer dan een aardig gebaar. Het was een klein herstel van publieke waardigheid. Mensen zeiden: niet namens ons. Je zult maar vluchten voor geweld en voor je deur opnieuw geweld zien. Een ansichtkaart lost dat niet op, maar het doorbreekt de stilte.

 

Kolonisten ontnemen kinderen hun school

Ook internationaal ging mei over de vraag wie nog opkomt voor menselijke waardigheid. Gaza bleef als open wond door de maand lopen. Netanyahu sprak over het uitbreiden van Israëlische controle van 60 naar 70 procent van de Gazastrook, terwijl het eerdere bestand juist uitging van terugtrekking. Het taalgebruik rond ‘vrijwillige migratie' van Palestijnen is huiveringwekkend, omdat eufemismen vaak de voorbode zijn van morele ontsporing. Op de Westelijke Jordaanoever werden Palestijnse kinderen door prikkeldraad, kolonisten en soldaten de weg naar school ontzegd. Kinderen die “Open de weg!” scanderen tegenover militairen: het beeld vat de absurditeit van bezetting samen.

Tegen die achtergrond waren Europese sancties tegen gewelddadige Israëlische kolonisten laat, beperkt, maar niet betekenisloos. Juist omdat Hongarije niet langer dwarslag, kon de EU eindelijk iets doen. Toch blijft de Europese houding dubbel. Er is opluchting over een signaal, maar ook de wetenschap dat een signaal niet genoeg is. Nederland wil verder gaan, bijvoorbeeld met een importverbod op producten uit illegale nederzettingen. Dat raakt aan een bredere vraag: wanneer wordt morele afkeuring beleid? En wanneer blijft zij retoriek?

 

Europa wil onafhankelijker worden

Europa zelf stond in mei opvallend vaak in het teken van volwassenwording. NRC columnist, Caroline de Gruyter, wees op peilingen waaruit blijkt dat grote meerderheden van Europeanen willen dat Europa zijn eigen weg gaat, onafhankelijker wordt van Amerika en China, en actiever optreedt in de wereld. De steun voor gemeenschappelijk defensiebeleid, voor de euro en voor EU-lidmaatschap is hoog. Dat is opmerkelijk in een tijd waarin progressieve regeringsleiders in Europa schaars zijn en rechts-populistische partijen terrein winnen. Misschien groeit Europese gezindheid niet ondanks de dreiging, maar dankzij de dreiging. Amerika onder Trump is onbetrouwbaar, China assertief, Rusland agressief. Dan wordt Europa minder een ideaal en meer een noodzaak.

De spanning met China werd zichtbaar in handelscijfers: Chinese export naar Europa is sinds 2019 sterk gegroeid, terwijl China minder uit Europa importeert. Europa wil economisch onafhankelijker worden, maar is ondertussen diep verweven met Chinese productie. Donald Trump was op bezoek bij Xi Jinping. De Chinese leider hielt zonder dat Trump het doorhad zijn Amerikaanse collega de ‘Thucydides Trap’ voor. Dat is de gedachte dat oorlog dreigt wanneer een opkomende macht een gevestigde macht uitdaagt en voorbijstreeft. Daar is China volop mee bezig. Het laat zien hoezeer geopolitiek terug is in het centrum van de wereldpolitiek. De rivaliteit tussen China en de Verenigde Staten gaat niet alleen over macht, maar over de vraag of grootmachten nog in staat zijn hun angst voor elkaar te beheersen.

De Verenigde Staten zelf boden weinig geruststelling. Trump wordt steeds meer de meest corrupte president van de VS genoemd door belangenverstrengeling, cryptospeculatie, internationaal smeergeld, handel met voorkennis en het afbreken van toezicht. “Regeren staat synoniem met winstbejag,” zei jurist Liz Oyer. Dat is misschien de kern van democratisch verval van de VS: niet dat macht fouten maakt, maar dat macht zichzelf niet langer schaamt. Wanneer publieke functies privé-verdienmodellen worden, verdwijnt het onderscheid tussen staat en onderneming, tussen landsbelang en eigenbelang.

 

Bestuurlijk onvermogen

Ook in Nederland knaagt dat verlies aan vertrouwen. De jeugdbescherming liet opnieuw zien wat er gebeurt als kwetsbare mensen afhankelijk worden van een systeem dat overbelast is. Kinderen staan te lang op wachtlijsten, rechters spreken harde kritiek uit, organisaties verschijnen soms niet eens op zittingen. De rechtszaal wordt dan de plek waar bestuurlijk falen zichtbaar wordt. Maar tegen de tijd dat een rechter wanhoop noteert, is er vaak al veel schade aangericht.

Hetzelfde geldt voor de stijging van WIA-kosten, vooral door jonge vrouwen met stressgerelateerde klachten. De reflex van het kabinet lijkt financieel: uitkeringen beperken, kosten dempen. Maar als mensen arbeidsongeschikt raken omdat de druk te hoog is, is het vreemd om vooral de vergoeding ter discussie te stellen en niet de oorzaken van die druk. Dat is alsof je bij brand de rookmelder verwijt dat hij lawaai maakt.

Tussen al deze grote thema’s stonden kleinere berichten die toch in hetzelfde patroon pasten. De vape als lifestyle-accessoire voor jongeren, aantrekkelijk gemaakt door kleur en vorm. De fatbike die na een verbod misschien gewoon als ‘skinnybike’ terugkeert. Taxiënde vrachtvliegtuigen die stank, lawaai en fijnstof veroorzaken, maar buiten duidelijke normen vallen. Steeds opnieuw duikt dezelfde dynamiek op: de werkelijkheid verandert sneller dan de regels. Nieuwe producten, nieuwe risico’s en nieuwe ontwijkroutes verschijnen, terwijl wetgeving achteraf probeert te repareren.

Wat blijft er dan over? Misschien de luisterhouding waar mediator Charlotte Verbraak over sprak. Niet luisteren om te reageren, maar luisteren om te begrijpen. Dat klinkt klein naast Gaza, klimaatverandering, Trump, China en asielgeweld. Toch is het niet klein. Vijandbeelden zijn de brandstof van veel crises. Ze maken het mogelijk om vluchtelingen tot overlast te reduceren, Palestijnse kinderen tot veiligheidsrisico, klimaatactivisten tot lastpakken, jongeren met burn-outs tot kostenposten. Het helpt volgens Verbraak om de 'metafoor van de sinaasappel' te gebruiken: vecht niet om de vrucht zelf, maar vraag naar het 'waarom'. "De een wil misschien het sap, terwijl de ander de schil nodig heeft. Niemand is er dan bij gebaat om de vrucht door het midden te splijten." Door de belevingswereld van een ander te verkennen, kan het weer veilig worden om kwetsbaar te zijn.

Dat brengt ons terug bij Marjan Minnesma. Haar betekenis lag niet alleen in de rechtszaak die zij won, maar in de weigering om toekomstige generaties abstract te laten blijven. Filosoof Derek Parfit schreef dat toekomstige mensen niet kunnen stemmen of klagen. Hun afwezigheid werkt als een stille vrijbrief om alles op te maken. Minnesma accepteerde die vrijbrief niet. Zij gaf de toekomst procesbevoegdheid, zou je kunnen zeggen. Zij maakte van toekomstige schade een huidige verantwoordelijkheid.

Mei was daardoor geen maand van losse berichten, maar van één terugkerende vraag: nemen we verantwoordelijkheid voordat de schade onherstelbaar is, of pas daarna? Bij klimaat, asiel, jeugdzorg, Gaza, Europa, arbeidsongeschiktheid en technologie is het patroon hetzelfde. We weten genoeg. We zien genoeg. We hebben rapporten, cijfers, vonnissen, peilingen, waarschuwingen en persoonlijke verhalen. Het ontbreekt niet aan informatie. Het ontbreekt aan het vermogen om consequenties te verbinden aan wat we weten.

Misschien is dat de les van deze maand. De toekomst kondigt zich zelden aan als één groot historisch moment. Zij komt in de vorm van natuurbranden, wachtlijsten, kinderen in noodopvang, kolonistenprikkeldraad, handelsoverschotten, overwerkte jonge vrouwen, stinkende vliegtuigen, fossiele routekaarten en een klimaatactivist die veel te vroeg sterft. Wie al die signalen naast elkaar legt, ziet geen chaos maar samenhang. De vraag is of wij die samenhang op tijd willen zien.

Marjan Minnesma keek vooruit en handelde alsof de toekomst al aanwezig was. Dat maakte haar uitzonderlijk. En precies daarom is haar verlies zo groot.

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.