Maart was geen maand, maart was een stresstest
Bij het lezen van de krant noteer ik berichten die mij opvallen. Soms het grote nieuws, maar vaak ook andere berichten. Van al die aantekeningen maak ik een maandblog. Hier mijn blog over de maand maart.
Maart voelde niet als een maand, maar als een proefopstelling. Alsof iemand met het terrarium had geschud en daarna verbaasd stond te kijken dat alles begon te vechten. Saman Amini gebruikte dat beeld onlangs in zijn theater: rode en zwarte mieren leven vreedzaam samen, totdat de bak wordt geschud. Dan breekt de oorlog uit. Het is een beeld dat me deze maand niet meer losliet. Want wie goed keek, zag overal hetzelfde patroon: systemen die zogenaamd neutraal zijn, blijken ondertussen mensen uit te persen, weg te drukken of tegen elkaar op te zetten.
Neem Israël, waar het parlement instemde met een uitbreiding van de doodstraf die in de praktijk vrijwel uitsluitend Palestijnen raakt. Het is een juridische formulering die de schijn van orde wekt, maar in werkelijkheid etniciteit en macht in wetten giet. En alsof dat nog niet genoeg zegt, publiceerde VN-rapporteur Francesca Albanese opnieuw een vernietigend oordeel over het structurele karakter van marteling en collectieve ontmenselijking van Palestijnen. Nederland schoof een beetje op in de positie tegenover Israël. Nederland gaat bijdragen aan de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof en herstelt de financiële steun aan UNRWA. Belangrijk, zeker. Maar het wrange is dat zulke stappen inmiddels bijna aanvoelen als minimale beschaving, niet als moed.
No Kings
Intussen zagen we in de Verenigde Staten hoe massaal verzet eruit kan zien. Acht miljoen mensen gingen de straat op onder de leus No Kings. Niet omdat alles al verloren is, maar juist omdat mensen ergens diep vanbinnen weten dat democratie pas sterft wanneer burgers besluiten thuis te blijven. Het protest ging over Trump, over de grondwet, over autoritaire verleiding, over immigratiegeweld, over de normalisering van machtsmisbruik. Maar eigenlijk ging het over iets nog fundamentelers: de weigering om cynisme als eindstadium van burgerschap te accepteren.
Verslavende sociale media en AI
Dat cynisme loerde ook elders. In de technologie bijvoorbeeld. Meta en Google werden aansprakelijk gesteld voor psychische schade door verslavende sociale media. Dat voelt als een kantelpunt. Jarenlang hebben we gedaan alsof techplatforms neutrale infrastructuur waren, terwijl ze in werkelijkheid complete gedragsmachines bouwden, geoptimaliseerd op aandacht en afhankelijkheid. Tegelijk groeit het wantrouwen tegenover AI. Er zijn mensen die vinden dat de ontwikkeling ervan gepauzeerd moet worden. Uit angst dat we iets bouwen dat ons overvleugelt. Dat klinkt voor sommigen hysterisch. mijzelf incluis. Maar intussen zie je ook iets veel concreters gebeuren: jongeren worden minder aangenomen in beroepen waar AI taken overneemt, freelancers zien opdrachten verdampen en in het mkb wordt AI ingezet om gaten te vullen waar eerst mensen nodig waren. Niet de sciencefictionvariant is het meest ontregelend, maar het alledaagse.
Energiehuis
Ook de energiewereld liet in maart zien hoe ongelijk een crisis uitpakt. De oorlog tussen de VS, Israël en Iran joeg olie- en gasprijzen omhoog en plots werd de energietransitie zichtbaar in klassen vertaald. Wie geld heeft, belt een installateur voor zonnepanelen, een warmtepomp of een thuisbatterij. Wie weinig heeft, rijdt in een oud dieselautootje, woont in een tochtig huis en kijkt met stijgende paniek naar de energierekening. Dat is misschien wel de scherpste samenvatting van deze maand: dezelfde crisis duwt de één richting innovatie en de ander richting overleven. Daarom bleef een klein idee uit een SER-rapport bij mij hangen: het energiehuis. Geen campagne, geen loket, geen digitale wirwar van subsidies en verkooppraatjes, maar een herkenbare plek waar iemand met je meekijkt. Wat betaal je nu? Waar loop je vast? Wat helpt in jouw situatie? Het is een bijna ouderwets idee en juist daarom revolutionair. Niet nog meer systeem, maar eindelijk een systeem dat zich naar mensen voegt. Welke gemeenten gaan een energiehuis realiseren?
Verbinding en gebrek daaraan
Dat verlangen naar menselijkheid zag je op meer plekken terug. Op de Thuiszittersbeurs in Breda bijvoorbeeld, waar jongeren die uit het schoolsysteem zijn gevallen niet als probleemgeval, maar als mens met talent en mogelijkheden worden benaderd. Of in de cijfers over eenzaamheid onder jongeren: 42 procent voelt zich eenzaam, 11 procent zelfs sterk eenzaam. Dat zijn geen randgevallen meer, dat lijkt een generatie-signaal.
Het nieuwe kabinet-Jetten begon onder hoogspanning: oorlog, energieonrust, verzet tegen verhoging van de AOW-leeftijd, gedoe rond Groningen en een vastlopende zorgagenda. GroenLinks-PvdA presenteerde een nieuwe naam: Progressief Nederland, oftewel ‘Pro’. Marketingtechnisch is er goed over nagedacht. In dezelfde maand maart bleek trouwens dat politieke partijen groeien in ledental. Dat is hoopvol. Mensen zoeken verbinding om zich te organiseren, in plaats van alleen te reageren.
Signalen van een kantelende tijd
De Raad van State floot het kabinet terug over Schiphol. De steun aan Tata Steel kreeg forse economische kritiek. Studies met een sterke duurzaamheidsfocus verliezen studenten, omdat oorlog, Trump en AI de aandacht kapen van het klimaat. En toch kwamen er ook berichten voorbij over elektrische vliegtuigen, over mensen die dingen bouwen die groter zijn dan henzelf. Over mannen en vrouwen die niet alleen commentaar leveren op de wereld, maar er tastbaar in proberen in te grijpen.
Misschien is dat uiteindelijk wat maart zichtbaar maakte: niet alleen dat alles onder druk staat, maar ook dat de vraag naar richting terug is. Mensen willen weten waar ze bij horen, wat rechtvaardig is, wat echt is, wat nog toekomst heeft. Dat geldt voor een student die geen betaalbaar huis kan kopen. Voor een kind dat in schulden wordt geboren. Voor een asielzoeker in een overbelast systeem. Voor een jongere die thuiszit, eenzaam is of door een algoritme wordt weggeconcurreerd. En ook voor landen, instituties en bewegingen.
Maart was geen maand van helderheid. Eerder een maand waarin de contouren van onze tijd harder zichtbaar werden. Macht zonder schaamte. Technologie zonder rem. Transitie zonder rechtvaardigheid. Maar ook protest zonder toestemming, solidariteit tegen de stroom in en hier en daar een begin van tegenmacht.
Het terrarium is geschud. De vraag is niet meer of we dat merken. De vraag is wie er baat bij heeft dat wij elkaar nu aanvallen en wie er eindelijk opstaat om de bak stil te zetten.

Michiel Verbeek