Skip to main content Skip to footer

Leren van Gert Biesta en de noodzaak van breedvormend onderwijs

Gert Biesta heeft veel prachtige boeken geschreven over onderwijs en houdt veel lezingen. In dit artikel zet ik denkbeelden van Gert Biesta uit recent werk op een rijtje en schets de heruitvinding van school passend bij deze denkbeelden.

Het onderwijs heeft teveel het karakter van beheersen en controleren gekregen met de  doorgeslagen toets- en meet industrie en eenzijdige focus op het doordrukken van het curriculum richting examen. Lesgeven is een speciale ambacht en heeft volgens Gert Biesta de heruitvinding van de school nodig. Hij zet zich af tegen het traditionele beeld van wat hij zo mooi noemt: de sage on the stage. De wijze die kennis overdraagt via een verhaal aan leerlingen, die aantekeningen maken en vervolgens het verhaal leren en proberen te reproduceren op een toets. Voor Biesta is dit veel te mager. School is meer, maar school is geen flexibele leeromgeving. Hij maakt een scherp onderscheid tussen gewoon leren en leren door lesgeven. Voor alleen leren heb je geen school nodig. Hij gebruikt vaak het voorbeeld van de jonge drugskoerier die veel kan leren van degene met ervaring in de drugswereld. Dit is zonder meer nuttig voor het leren leren, maar je hebt er geen school voor nodig. In zijn boeken en lezingen staat hij uitgebreid stil bij de prachtige woorden: onderwijzen en lesgeven. School is geen algemene leerplek, maar een plek voor onderwijzen en lesgeven. De schooltijd is de periode in het leven van kinderen en jongeren die nog niet wordt bezet door agenda’s, verantwoordelijkheden en zorg. Bij lesgeven brengt de docent zichzelf in door les te geven. In ‘onderwijzen’ zit het woord ‘wijzen’. De kern van onderwijzen en lesgeven is: de kunst om de aandacht van de leerling in een andere richting te verleggen. Daarmee opent de docent de deuren naar de wereld en naar de leerling zelf. Maar dan zijn we er nog niet. De leerling moet het accepteren en moet vervolgens als het ware in de nieuwe informatie getrokken worden. Alleen de attentie in een andere richting verleggen is dus niet voldoende. Er zit een ‘gat’ tussen het verleggen van de attentie door de docent en het accepteren door de leerling. Dan volgt er nog een tweede ‘gat’ van accepteren naar verwerken en eigen maken van hetgeen waar de attentie van de leerling op verlegd is. Om nieuwe leerstof te laten begrijpen en beklijven door leerlingen moet het aansluiten bij bestaande kennis. Dan ontstaat er motivatie vanuit de leerling zelf en kan echt leren plaatsvinden. De docent is dus geen actor in een productieproces tot meetbare 'leeruitkomsten’. Docenten proberen met hun lesgeven een reactie op te roepen bij leerlingen.

 

 

Anders omgaan met de logica van verlangens van de leerling

Biesta ziet in het verleggen van attentie de mogelijkheid om anders om te gaan met de logica van verlangens van de leerling. Zonder sturing zou die de boventoon voeren. Die verlangens hoeven niet onderdrukt te worden, maar de verlegging van attentie zet aan tot ze te beoordelen, selecteren en transformeren. Dat resulteert in verlangens voor je eigen leven, maar ook voor het leven van de ander en voor de planeet. Grote thema’s als klimaatverandering, digitalisering, leven in een democratie en de energietransitie komen zo de school binnen. Het denken over verlangens is bij Biesta beïnvloed door het boek de ‘Impulse Society’ van Paul Roberts. ‘Leerlingen zijn gericht op instant beloning. Dat wordt vertaald in het economische systeem met: leveren wat de klant wil. In het politieke systeem wint het populisme terrein met de belofte: als je op mij stemt dan krijg je wat jij graag wilt. Met de hang naar veel views, likes en selfies creëren we een egocentrisch ecosysteem. Door de ‘persuit of self intrest’ dreigt het gevaar dat de ander uit het oog verloren raakt. Op allerlei manieren wordt de aandacht getrokken door niet-positieve elementen’, aldus Roberts. Voor hem ligt de oplossing op individueel niveau met het aanleren van geduld, zelfdiscipline en bereidheid om voorbij het eigen belang het maatschappelijke belang te zien. In het onderwijs wordt de leerling geconfronteerd met dingen in de wereld, maar er wordt niet opgelegd wat daarover gedacht moet worden of voor gedaan moet worden. Leerstof wordt geplaatst in de wereldlijke context om vervolgens de leerling in vrijheid positie te laten kiezen. Dat is de kern van onderwijs, volgens Biesta. Het onderwijs opent deuren naar de wereld en naar de leerling zelf. Gert Biesta kiest daarom heel bewust voor wereldgeoriënteerd onderwijs als alternatief voor curriculumgericht onderwijs en gepersonaliseerd onderwijs. Met de driehoeksverhouding docent, leerling en de wereld als kern.

 

 

Intensieve leerlinghouderij

Als het onderwijs in de greep is van het beheersingsmotief gebeurt er te weinig met  leerlingen. Het dreigt een intensieve leerlinghouderij te worden. Leuke variant op de intensieve menshouderij van organisatieadviseur Jaap Peters. Organisaties worden ingericht volgens bepaalde principes. Daarbij is sprake van het systematisch wegnemen van vrijheidsgraden van de medewerkers op de werkvloer als standaard organisatiepatroon, terwijl het management zich juist steeds meer vrijheidsgraden toe-eigent. Mensen worden in de intensieve menshouderij niet ziek van werken, wel van de wijze waarop werk is georganiseerd. Leerlingen en docenten worden in de intensieve leerlinghouderij niet ziek van werken, maar wel van de wijze waarop de school is georganiseerd. Bij de intensieve leerlinghouderij horen kraakheldere doelen, supereffectieve strategieën gebaseerd op het meest geavanceerde onderzoek, zodat we maximale opbrengsten kunnen genereren. Biesta versterkt zijn afkeer tegen deze ontwikkeling door zich te verzetten tegen het aan de leiband lopen van rankings. ‘Het is bizar dat politici willen dat we in de 5 best presterende landen zitten’. In dit verband haalt hij een uitspraak aan van een kind op een school van een collega die zei: opbrengst, opbrengst, dat ben ik toch?

De sterke focus op curriculumgericht onderwijs leidt tot focus op productie en daardoor ontstaat er de focus op meetbare leeropbrengsten. Hierdoor raakt de leerling als mens uit beeld en wordt object van meten, modelleren en monitoring. In onderwijs gaat het er niet om om een curriculum in leerlingen te pompen. School is de tijd en plaats waar de nieuwe generatie kan ontdekken en experimenteren. Biesta haalt graag de mantra aan van de schrijver Samuel Beckett: Try again, Fail again, Fail better.

 

 

Hoe kan de visie van Gert Biesta in de praktijk worden uitgewerkt?

De leerling moet aan de slag kunnen met eigen leervragen waarbij de docent begeleidt, ondersteunt en kennis inbrengt. Daarbij in het achterhoofd de kerndoelen van de overheid. De docent heeft ook de taak om de attentie van de leerling op iets werelds en zinvols te verleggen. Om de leerling daar in vrijheid iets over te laten onderzoeken of van te vinden. Bij het wijzen op iets werelds moet de docent goed weten vanuit welke competenties de leerling start. Een werkzaam kader wordt gevormd door de drie basisbehoeften van Deci & Ryan: autonomie, competentie en verbondenheid. De autonomie wordt vormgegeven met de eigen leervraag en de keuze om iets te doen met datgene waar de docent de attentie op verlegd heeft. De verbondenheid wordt gevormd door het onderwijs in individuele onderdelen, maar juist ook in groepsvormen te laten plaatsvinden. Bij het verleggen van de attentie kan de docent goed gebruik maken van de vijf werelden van Agora: de wetenschappelijke -, de maatschappelijke -, de sociaal-ethische -, de spirituele – en de kunstzinnige wereld. Docenten kunnen met elkaar leerprogramma’s, ateliers, workshops en projectmatige opdrachten binnen de vijf werelden ontwerpen om de aandacht op te verleggen. In deze aanpak van onderwijs zien we niet meer allerlei aparte vakken, maar integrale thema’s en vakoverstijgende leerprogramma’s. Met de vijf werelden krijgt de leerling een breed en gebalanceerd aanbod. Ook de eigen leervragen kunnen verdeeld worden over de vijf werelden. 

Een groep docenten krijgt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een groep leerlingen. Behalve ondersteunen bij het uitwerken van de eigen leervragen en het verleggen van de attentie op wereldgeoriënteerde leerprogramma’s, hebben de docenten ook een faciliterende rol. Leerlingen moeten de ruimte en de middelen krijgen om zelfstandig en in groepsvorm aan het werk te gaan. Alleen lesuren met de ‘sage on the stage’ is voorbij. Uiteraard zijn er nog wel momenten van instructie in kleinere, maar ook grotere groepen. En een inspiratiesessie met een hoorcollege past prima in het programma. De docent in de rol van coach zal voortdurend checken of nieuwe leerstof door de leerling zichtbaar is verwerkt. Kiezen voor zo’n aanpak levert een oplossing op voor het lerarentekort en opent de mogelijkheid om externe deskundigheid in te roepen. Het leerproces gaat gewoon door als een docent een dag uitvalt. Collega’s en externen dragen immers gezamenlijk zorg voor het leerproces. Als leerlingen gewend zijn om ook zelfstandig te werken is uitval veel minder dramatisch dan nu in het traditionele onderwijs.

 

 

Doorbreking leerstofjaarklassensysteem en het centraal examen

Een team van 7 docenten met verschillende competenties zou een groep van 100 leerlingen kunnen begeleiden. De leerlingengroep hoeft niet meer van dezelfde leeftijd te zijn. Sterker nog, het is veel fijner als er verschillende leeftijden in de groep zitten met verschillende competenties die elkaar bijvoorbeeld voor groepswerk vinden op interesse en passie. Om dit Biestiaanse onderwijs vorm te geven zouden we verlost moeten worden van het examen en het keurslijf van de voorbereiding op het examen. In het traditionele voortgezet onderwijs is al bijna vanaf klas 1 het lesaanbod gericht op het examen. Voor het behalen van het examen wordt door scholen een beproefde methode aangeschaft die wordt afgewerkt. Van klas 1 tot het examen worden leerlingen geconfronteerd met 102 toetsen per jaar (uitgerekend door Johannes Visser in het boek Is het voor een cijfer). In het huidige onderwijssysteem is het niet van belang om te achterhalen of er daadwerkelijk iets geleerd is, maar of de toets voldoende gemaakt is. Met als gevolg dat het traditionele onderwijs doordesemd is van ‘teaching for the test’. Omdat de focus niet ligt op inhoudelijke kennis en ervaring, maar op het halen van de toetsen en het examen, worden leerlingen mede door ambitieuze ouders naar duurbetaalde bijlessen en examentrainingen gestuurd. Het systeem is zo verworden dat voor de vervolgstudie alleen de toegangsticket van het examen geldt. Met heel veel trainen van oude examens leer je zonder meer beter het examen te maken. Maar het meten, monitoren en beoordelen leidt wel tot een leergedrag dat Laks (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) zo mooi omschrijft als: zweten, weten, vergeten

 

 

Breedvormend onderwijs

Het denken van Gert Biesta over school en onderwijs past bij het idee van breedvormend onderwijs. Breedvormend onderwijs gaat uit van het opgroeien van kinderen en jongeren die verbonden zijn met zichzelf, de ander en de wereld en vanuit eigen talenten en interesses van betekenis kunnen en willen zijn in de samenleving. Daartoe is het van belang dat kinderen zich in de volle breedte kunnen ontwikkelen, waarbij alle dimensies van hun mens-zijn (fysiek, sociaal, emotioneel, cognitief, creatief, spiritueel en ethisch) gezien, gewaardeerd en gestimuleerd worden. Breedvormend onderwijs vertrekt vanuit een holistisch mens- en wereldbeeld. De docent is voortdurend op zoek naar wat dít kind, in déze context, en op dít moment, nodig heeft en gaat daarbij uit van de mogelijkheden van ieder kind. Breedvormend onderwijs is wereldgericht en beoogt de agency (het vermogen om in toenemende mate regie te nemen over het leerproces) van kinderen en jongeren te versterken: de docent laat jongeren kennismaken met de wereld en nodigt hen uit zich daar op hun eigen manier toe te verhouden. Jongeren ontwikkelen hun eigen stem en vermogen om richting te geven aan hun leven, altijd in relatie tot anderen en wat de wereld van hen vraagt. 

 

 

Verlangen naar ruimte voor andersoortig onderwijs

Gert Biesta weet de aandacht in zijn boeken en lezingen te verleggen. Vervolgens ga je nadenken over de wijze waarop je zijn denkbeelden vormgeeft in de praktijk. Het leidt bij mij tot een verlangen naar andersoortig onderwijs dan ik zelf heb gehad op de middelbare school en wat nog steeds de boventoon voert in het traditionele onderwijs. Het traditionele onderwijs wordt gekenmerkt door het leerstofjaarklassensysteem, kerndoelen, losse vakken, de busopstelling, ‘sage on the stage’, een voorgeschreven methode die bewezen succesvol is voor de weg naar het examen en docenten en leerlingen die een gebrek aan autonomie ervaren en veel werkdruk. Het gaat anders in de school die docenten op hun professionaliteit aanspreekt in het gezamenlijk vormgeven van lesstof en intensieve begeleiding van jongeren. De focus is gericht op de ontwikkeling van iedere individuele jongere door met hoge verwachtingen aan te sluiten bij de competenties van iedere leerling. Grote maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen en levensvragen worden vanuit een wereldgeoriënteerd leerprogramma ingebracht door docenten en externe deskundigen. Jongeren krijgen volop de gelegenheid om te ontmoeten, te ontdekken en te experimenteren. Leerlingen zouden 5 tot 6 jaar programma’s moeten kunnen volgen op school. Samen met hun docenten en coaches worden ze verrijkt met kennis, vaardigheden en ervaringen en worden vervolgens afgeleverd bij een vervolgopleiding of een baan met een portfolio waarin je kunt zien wat de leerling werkelijk heeft geleerd en ervaren. School is niet meer een noodzakelijk kwaad, maar een plek voor kennis, vaardigheden, ervaringen en inspirerende begeleiding waar jongeren graag naar toe gaan! 

 

 

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.