Een nieuwe route naar betekenisvol leren
Het traditionele voortgezet onderwijssysteem, met een vast rooster van vijf tot zeven vakken van vijftig minuten per dag, lijkt achterhaald in een wereld die voortdurend verandert. Terwijl de samenleving razendsnel digitaliseert en de arbeidsmarkt nieuwe vaardigheden eist, blijven veel scholen vasthouden aan een structuur die meer dan een eeuw oud is. Maar wat als we onderwijs echt zouden inrichten op basis van wetenschappelijke inzichten over hoe jongeren het beste leren?
Wat als school niet alleen een plek is waar informatie wordt overgedragen, maar een inspirerende omgeving is waarin jongeren betekenisvol, actief en gepersonaliseerd leren? Het traditionele onderwijssysteem loopt tegen z’n grenzen op, maar de neiging van stug doorgaan op dezelfde weg wordt nog onvoldoende onderdrukt.
Hoe leren jongeren het beste?
Jongeren van 11 tot 19 jaar bevinden zich in een cruciale ontwikkelingsfase. Niet alleen cognitief, maar ook sociaal en emotioneel groeien zij enorm. Onderwijs moet deze ontwikkeling ondersteunen en stimuleren. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat jongeren optimaal leren in geval van actief en ervaringsgericht leren, betekenisvol en relevant onderwijs, diep leren en zelfregulatie, co-regulatie en autonomie. Leren is geen passief proces waarbij leerlingen luisteren en reproduceren. Actief leren – waarbij jongeren experimenteren, samenwerken en problemen oplossen – leidt tot een diepere verwerking van kennis. Projectmatig werken is een passende vorm. Jongeren leren beter wanneer de leerstof relevant voor hen is. Informatie blijft beter hangen als deze gekoppeld wordt aan voorkennis en echte situaties. Veel scholen richten zich op korte termijn kennisopname: leerlingen stampen feiten in hun hoofd voor een toets en vergeten ze kort daarna. Dit wordt oppervlakkig leren genoemd. Diep leren daarentegen richt zich op reflectie, herhaling en toepassing, waardoor kennis langer behouden blijft en beter toepasbaar is. Jongeren leren effectiever als ze zeggenschap hebben over hun leerproces. Keuzes in onderwerpen, tempo en methodes maken leren betekenisvoller en meer motiverend. Gepersonaliseerd onderwijs, waarbij leerlingen zelf doelen stellen en hun voortgang monitoren, past hier goed bij. Maar ook co-regulatie. Interventies waarin individuen elkaar ondersteunen bij het reguleren van leerprocessen.
Minder cognitieve belasting
Te veel onderwerpen op een dag met weinig tijd om te verdiepen, kan zorgen voor cognitieve overbelasting. Dit leidt tot slechtere leerprestaties en een lager concentratievermogen. In plaats van elke vijftig minuten te switchen tussen vakken, kunnen scholen grotere blokken van 120 minuten of dagdelen aanbieden waarin leerlingen zich echt kunnen verdiepen. Het klassieke schoolrooster is ontworpen voor efficiëntie, niet voor effectiviteit. De nadelen van deze structuur zijn talrijk. Versnippering van aandacht. Opstarten, luisteren, iets zelf doen, afsluiten en dan weer naar een ander vak met een andere docent. Complexe onderwerpen vereisen langer dan vijftig minuten om echt te begrijpen. Gebrek aan samenhang. Vakken worden als losse eilandjes behandeld in plaats van als een geïntegreerd geheel. Het systeem levert een lage motivatie voor lessen op bij veel jongeren. Veel jongeren ervaren school als saai en weinig inspirerend. Niet te verwarren met motivatie voor school. Voor het sociale contact met andere jongeren is de motivatie veel groter. Projectmatig werken, ruimere werkblokken en meer gepersonaliseerd onderwijs bieden meer mogelijkheden voor verdieping en actief leren.
Wat moet een school doen om leren te optimaliseren?
Als we weten hoe jongeren het beste leren, wat zou een school dan moeten doen om hen optimaal te faciliteren? Een modern en effectief onderwijssysteem zou het klassieke klaslokaal, waarin een docent een les geeft en leerlingen passief luisteren, moet inruilen voor dynamische leeromgevingen. Denk aan open werkruimtes, zelfingerichte leerplekken, labs en ateliers waar leerlingen zelfstandig of in groepjes werken aan projecten. Een combinatie van digitaal leren, praktijkervaring en klassikale interactie zorgt voor afwisseling en maatwerk. Adaptieve leerplatforms, waarin AI leerlingen helpt op hun eigen niveau, kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. AI-agents kunnen leerlingen 24/7 helpen met vragen en opdrachten. Buiten het schoolgebouw zijn er ook volop leerplekken te vinden.
Minder standaardisatie, meer maatwerk en training sociale vaardigheden
Iedere leerling leert anders en heeft verschillende talenten. Een goed onderwijssysteem biedt gepersonaliseerde leertrajecten, waarin leerlingen hun eigen leerpad kunnen samenstellen. School is meer dan een plek om kennis op te doen. Sociale vaardigheden, samenwerking en zelfreflectie zijn minstens zo belangrijk. Naast vakdocenten hebben scholen coaches nodig die erop gespitst zijn omstandigheden te creëren waarin een leerling optimaal leert. Voor veel docenten zal de rol van kennisoverdrager overgaan naar de rol van coach, begeleider en facilitator. Dit betekent minder eenrichtingsverkeer en meer interactie en persoonlijke begeleiding. Het levert coaches de vervulling op van een aanwijsbare bijdrage aan de ontwikkeling van een individuele leerling in plaats van alleen een vak doceren.
Moet het curriculum op de schop?
Curriculum-gestuurd onderwijs zal moeten plaatsmaken voor een leervraag-gestuurde aanpak. De focus op een gemiddelde leerling met afvallers aan de onderkant en de bovenkant maakt plaats voor goed inspelen op de competenties van iedere individuele leerling. Dat is weer essentieel voor succesbeleving van iedere leerling. Vanuit de leervraag van leerlingen zal de coach ondersteunen, begeleiden, uitdagen, andere perspectieven en kennis inbrengen en zal de coach de kerndoelen bewaken. De coach bewaakt tevens dat leervragen op verschillende terreinen plaatsvinden en variëren in moeilijkheidsgraad. Deze aanpak biedt tijd en ruimte om in te spelen op actuele maatschappelijke- en technologische ontwikkelingen en de vraag naar praktische levenslessen.
Het onderwijs van de toekomst
Het traditionele schoolmodel voldoet niet meer aan de behoeften van jongeren en de samenleving. Wetenschappelijk onderzoek pleit voor een flexibeler, persoonlijker en actiever onderwijssysteem. De school van de toekomst zal werken met ruimere tijdsblokken op een dag om meer verdieping te kunnen aanbrengen. Meer projectmatig en vakoverstijgend werken. Meer gepersonaliseerd onderwijs met veel hulp van AI. Sociaal- emotionele ontwikkeling krijgt een centrale plek in de opleiding. Een onderwijssysteem dat écht aansluit bij de behoeften van jongeren zal niet alleen leiden tot betere leerprestaties, maar ook tot meer motivatie, plezier en betrokkenheid. De toekomst van leren is flexibel, dynamisch en persoonlijk – en die toekomst begint nu.
Michiel Verbeek