De maand augustus
Bij het lezen van het nieuws maak ik aantekeningen en bewaar interessante passages. Op basis van die stukjes maak ik een maandelijkse terugblik. Hier het verhaal van augustus 2026.
Augustus begon met mensen in zwemvesten en flippers. Tienduizenden jonge Marokkanen waagden de oversteek naar de Spaanse exclave Ceuta. Sommigen juichten toen zij het strand bereikten, anderen haalden de overkant niet. De beelden waren zo uitzonderlijk dat de gebeurtenis onmiddellijk werd beschreven in de taal die Europa inmiddels voor migratie heeft klaarliggen: aanval, grensbewaking, mensensmokkel, noodtoestand. Maar achter de massa stonden individuele levens. De 21-jarige Mohsin Boukhima had in Tetouán als kapper gewerkt en kon van zijn loon niet bestaan. De veertienjarige Tito zat dagenlang met een roze wetsuit om zijn middel op een rots voor de kust. Zij gingen niet op pad omdat zij de Europese asielregels zo zorgvuldig hadden bestudeerd, maar omdat hun eigen samenleving hun geen geloofwaardige toekomst bood.
Een onvolledig bericht op Facebook had intussen de indruk gewekt dat Spanje zwemmers niet meer zou terugsturen. Influencers en groepen op Telegram en WhatsApp deden de rest. Een juridische nuance werd een belofte, een belofte werd een beweging, de beweging werd een humanitaire ramp. Nergens was één persoon volledig verantwoordelijk en toch droegen velen iets bij: rechters, media, platforms, influencers, regeringen, mensensmokkelaars en een economie die miljoenen jongeren buiten onderwijs en werk laat staan. Daarmee zette Ceuta de toon voor augustus. Steeds opnieuw lieten de nieuwsberichten zien hoe mensen klem raken in systemen die door niemand lijken te worden bestuurd. Iedereen doet wat binnen zijn eigen logica verstandig is, terwijl de gezamenlijke uitkomst absurd, schadelijk of zelfs dodelijk wordt.
De grens als antwoord
Europa reageert op migratie vooral door grenzen hoger, slimmer en harder te maken. Maar wie alleen de grens bewaakt, schreef columnist Babah Tarawally in Trouw, bestrijdt het symptoom en niet de oorzaak. Migratie is geen tijdelijke afwijking die met voldoende hekken kan worden beëindigd. Mensen zijn altijd in beweging geweest en zullen dat blijven, zeker nu oorlog, klimaatverandering, ongelijkheid en een gebrek aan perspectief elkaar versterken. De werkelijke politieke opdracht is daarom niet hoe we alle beweging stoppen, maar hoe we haar ordelijk, rechtvaardig en menselijk organiseren met legale routes, investeringen in onderwijs en lokale economieën, eerlijke handel en gelijkwaardiger samenwerking tussen Europa en Afrika.
Toch blijft de reflex dezelfde: sluit de rangen. Dat gold bij Ceuta en bij de bootjes op het Kanaal. Het gold zelfs voor Afghanen, terwijl vijftien Europese landen met vertegenwoordigers van de Taliban spraken over gedwongen terugkeer naar een regime dat vooral meisjes en vrouwen vrijwel ieder perspectief ontneemt. De taal van beheersing maakt het mogelijk de mens achter de procedure niet meer te zien.
In Gaza werd die logica letterlijk landschap. Een kilometerslange, metershoge aarden wal verrees boven op verwoeste Palestijnse gemeenschappen. Een bestand dat tot terugtrekking had moeten leiden, ging samen met dagelijkse doden, verdere gebiedsinname en het samendrijven van twee miljoen mensen op een steeds kleiner stuk grond. Ook daar wordt een politiek probleem vertaald in territorium, controle en fysieke afscheiding. Een muur lijkt daadkrachtig omdat hij zichtbaar is. De oorzaken van geweld, vernedering en wanhoop verdwijnen er niet door. Ze worden slechts aan het zicht onttrokken.
Gevangenen van de markt
Een tweede grens liep in augustus door het klimaatbeleid. Europa brandde, rivieren stonden laag en hitte eiste levens. Tegelijk verkocht Shell zijn zonne- en windparken op het Europese vasteland en zocht het opnieuw nadrukkelijk naar olie en gas. RWE zag af van windparken voor de Amerikaanse kust en kreeg in ruil geld dat in fossiele projecten werd gestoken. De rechtvaardiging luidde vertrouwd: aandeelhouderswaarde, concurrentiepositie en bescherming van bedrijfsbelangen.
Energieonderzoeker Jilles van den Beukel vatte de impasse scherp samen: oliebedrijven zijn gevangenen van een systeem met aandeelhouders. Dat is meer dan een verwijt aan enkele bestuurders. Het is een beschrijving van een ordening waarin rationeel gedrag op bedrijfsniveau een irrationele wereld kan voortbrengen. Het bedrijf kiest wat rendeert, de belegger verlangt rendement, de consument vraagt betaalbare energie en de politiek vreest dat ondernemingen vertrekken. Ondertussen betaalt de samenleving de rekening in uitstoot, gezondheidsschade, natuurverlies en een steeds instabieler klimaat.
Dat bedrijven gevangenen zijn van een systeem ontslaat hen niet van verantwoordelijkheid. Het maakt vooral duidelijk dat de energietransitie niet kan worden uitbesteed aan hun goede wil. Publieke doelen vragen publieke sturing: regels, belastingen, investeringen, infrastructuur en harde grenzen aan nieuwe fossiele winning. Dezelfde les geldt voor de landbouw. Nederland hoeft niet vast te houden aan de grootste veedichtheid van Europa om de wereld te voeden. Volgens het onderzoek van Imke de Boer kan het stoppen met de import van veevoer de stikstofuitstoot al sterk verminderen. Een meer plantaardig dieet vergroot de winst voor natuur, water en gezondheid. Ook hier blokkeert een machtig economisch netwerk verandering door het bestaande model als onvermijdelijk voor te stellen.
Intussen moet het elektriciteitsnet in hoog tempo slimmer worden. Netbeheerders veranderen van transporteurs van stroom in datagedreven regisseurs van tweerichtingsverkeer. Autoaccu's kunnen lokale pieken helpen opvangen, maar een dubbele energiebelasting maakt slim laden en terugleveren onaantrekkelijk. Het detail is veelzeggend: de techniek bestaat, maar oude regels zijn geschreven voor een wereld die niet meer bestaat. Transitie vraagt daarom niet alleen om uitvindingen, maar om instituties die in staat zijn mee te veranderen.
AI or die
Ook de technologiesector presenteerde zijn keuzes deze maand als onvermijdelijk. Microsoft, Google, Amazon en Meta staken samen astronomische bedragen in datacenters, chips en energievoorziening. Sinds het begin van de AI-hausse gaat het om bedragen die de duizend miljard dollar passeren. De onderliggende boodschap: wie niet meedoet, verliest. ‘AI or die’ is voor veel ondernemingen geen strategie meer, maar een systeemdwang. De prestaties voeden de opwinding. Chinese humanoïde robots sprongen metershoog, dansten levensecht en liepen op een demonstratietoernooi sneller dan menselijke wereldrecords. In een fabriek in Epe bouwt een gigantische machine in seconden een autoband. AI helpt netbeheerders overbelasting voorspellen en kan een schrijver in enkele uren verder helpen met de structuur van een roman. De technologie is niet slechts een hype. Zij verandert productie, infrastructuur, creativiteit en arbeid.
Juist daarom is de vraag naar eigendom en zeggenschap beslissend. Wie heeft de liedjes geschreven waarmee een AI-muziekmaker wordt getraind? Een rechter in München trok een grens: bestaande muziek mag niet zonder toestemming als grondstof worden gebruikt. En wie ontvangt de opbrengst wanneer collectieve kennis, publiek onderzoek en de gegevens van miljarden mensen worden omgezet in private productiecapaciteit? Het idee van universal basic capital biedt een interessant antwoord: niet achteraf een deel van het inkomen herverdelen, maar vooraf zorgen dat iedereen mede-eigenaar wordt van het vermogen dat AI schept. Een AI-heffing of publiek fonds kan burgers laten delen in de opbrengst van een technologie die op hun informatie en op collectieve investeringen rust.
De schikking van Meta met Amerikaanse staten maakte tegelijk zichtbaar wat er gebeurt wanneer publieke grenzen te lang ontbreken. Het bedrijf werd ervan beschuldigd kinderen bewust verslaafd te hebben gemaakt en beloofde ingrijpende aanpassingen: tijdslimieten, minder meldingen tijdens schooltijd, bescherming van de nachtrust en een einde aan eindeloos scrollen voor minderjarigen. Jarenlang gold maximale aandacht als verdienmodel. Pas onder de dreiging van een kolossale rechtszaak werd bescherming een ontwerpprincipe. Technologie is nooit alleen een instrument. In haar ontwerp ligt altijd een opvatting besloten over wat een mens is: een burger, een kind, een maker of vooral een bron van data en aandacht.
Wanneer zorg een systeem wordt
Dezelfde spanning tussen mens en systeem was zichtbaar in de zorg. Het kabinet bood excuses aan voor misstanden in de gesloten jeugdzorg. Jongeren waren vernederd, geïsoleerd, gedwongen gevoed en soms onderworpen aan verplichte anticonceptie. De instellingen waren ooit bedoeld om kwetsbare jongeren te beschermen, maar de beheersing zelf werd schadelijk. Tegelijk krijgt een kwart van de mensen met een ernstige psychische aandoening geen of onvoldoende zorg. Aan de ene kant sloot het systeem mensen te hard op, aan de andere kant laat het hen buiten beeld.
Psychiater Jim van Os gaf aan het einde van de maand in de laatste Zomergasten woorden aan wat daaronder ligt. Een diagnose kan verhelderen, maar een classificatie kan ook het persoonlijke verhaal verdringen. Psychisch lijden is niet uitsluitend een defect in het hoofd. Het kan een individuele reactie zijn op ‘omgevingswrijving’, op een wereld die iemands mentale ruimte ontregelt. Dat perspectief verandert de vraag. Niet alleen: wat mankeert deze jongere? Maar ook: wat gebeurt er in het gezin, de school, de wijk, de woningmarkt en de digitale omgeving waardoor iemand vastloopt? De mens moet niet passend worden gemaakt voor het systeem, het systeem moet leren luisteren naar de mens.
Dat geldt ook voor studenten. Voor het nieuwe studiejaar ontbraken minstens 21.500 kamers, terwijl een kamer op de particuliere markt gemiddeld ongeveer tweemaal de basisbeurs kost. Steeds meer studenten blijven thuis wonen. Hun introductieweken veranderden ondertussen: naast drukke feesten kwamen rustige programma's met musea, bordspellen en ruimte om te ontprikkelen. Dat lijkt een klein cultuurbericht, maar het vertelt iets wezenlijks. Een nieuwe generatie vraagt niet per se om minder gemeenschap, zij vraagt om meer vormen waarin zij aan die gemeenschap kan deelnemen. Inclusie begint wanneer we verschil niet onmiddellijk als tekort classificeren, maar de omgeving gevarieerder maken.
De democratie van het onvermijdelijke
Ook de politiek verschuilt zich gemakkelijk achter schijnbare dwang. Verslaggeving over de begroting reduceert een minderheidskabinet tot de vraag of het ‘over links’ of ‘over rechts’ gaat, alsof regeren een keuze is tussen twee vooraf uitgestippelde wegen. Maar een kabinet hoort voorstellen te doen, argumenten te geven en per onderwerp steun te verwerven in een gekozen parlement. Democratie is geen hinderlijke rekensom achteraf, zij is het proces waarin belangen zichtbaar worden en besluiten legitimiteit krijgen.
Juist dat proces staat onder druk. De moeilijkere vraag is welke beginselen wij consequent willen verdedigen: menselijke waardigheid, rechtsstatelijkheid, vrije wetenschap, bescherming van minderheden en begrenzing van macht. Die beginselen verliezen hun betekenis zodra zij alleen gelden voor mensen die op ons lijken of standpunten innemen die ons bevallen.
De oorlog in Oekraïne liet intussen zien wat er gebeurt wanneer politiek plaatsmaakt voor een vernietigingsmachine. Honderdduizenden doden, meer dan een miljoen slachtoffers en iedere maand opnieuw tienduizenden jonge mannen die verdwijnen. Getallen van die omvang verdoven. Zij laten nauwelijks nog zien dat achter iedere statistiek een afgebroken leven en een getroffen gemeenschap schuilgaan. De militaire logica kent haar eigen onvermijdelijkheid. Doorgaan omdat stoppen verlies zou erkennen, escaleren omdat de ander escaleert. Ook hier is de belangrijkste politieke daad het doorbreken van een systeem dat zichzelf aandrijft.
Menselijke maat is geen nostalgie
Augustus kende gelukkig ook andere beelden. Nederlandse atleten en zwemmers behaalden een uitzonderlijke hoeveelheid medailles. Hun prestaties kwamen niet voort uit één plotselinge ingeving, maar uit jaren oefenen, begeleiding, publieke voorzieningen, verenigingen en teams. Topsport is individueel zichtbaar en collectief mogelijk gemaakt. Mensen kunnen uitblinken wanneer structuur en persoonlijke ruimte elkaar versterken.
Zelfs het verdwijnen van het oude uitgaansleven in Renesse en de gestapelde bierkratten op de campings op Terschelling passen in dit verhaal. Jongeren vieren anders vakantie, drinken minder vanzelfsprekend, zoeken andere bestemmingen en andere vormen van ontmoeting. De volle clubstraat uit de jaren negentig is geen norm waaraan het heden moet voldoen. Samenlevingen veranderen. De opdracht is niet het verleden te restaureren, maar aandachtig te kijken naar wat jongeren nu nodig hebben om vrijheid, verbondenheid en verantwoordelijkheid te oefenen.
De berichten uit augustus maken duidelijk dat menselijke maat geen romantisch verlangen naar een eenvoudiger tijd is. Zij is een politieke en institutionele opdracht. Zij vraagt dat wij achter een migratiestroom de jongere zonder toekomst blijven zien, achter een diagnose de ervaring van een mens, achter een algoritme de keuzes van ontwerpers, achter aandeelhouderswaarde de schade die niet in de jaarrekening staat en achter een parlementaire meerderheid een proces van argumenteren en verantwoorden.
Systemen zijn door mensen gemaakt. Dat betekent niet dat zij gemakkelijk te veranderen zijn, maar wel dat hun uitkomsten nooit natuurwetten zijn. Shell hoeft niet fossiel te blijven, Europa hoeft migratie niet uitsluitend als grensprobleem te behandelen, sociale media hoeven kinderen niet eindeloos vast te houden en zorg hoeft een jongere niet te reduceren tot een dossier. Zodra iemand zegt dat er geen alternatief is, begint de democratische vraag pas werkelijk: voor wie is dit systeem rationeel, wie betaalt de prijs en welke andere ordening durven wij samen te maken?
In dit verband moet ik denken aan een uitspraak van de Amerikaanse politicoloog Frank Wilhoit waar mijn broer mij enkele jaren geleden op wees: There must be in-groups whom the law protectes but does not bind, alongside out-groups whom the law binds but does not protect. Er moeten groepen zijn die weliswaar door de wet beschermd, maar niet gebonden zijn, naast groepen die weliswaar door de wet gebonden, maar niet beschermd zijn.
Misschien is de belangrijkste les van augustus 2026: ‘De echte grens loopt niet tussen landen, generaties of mensen en machines. Zij loopt tussen een samenleving die zich neerlegt bij de logica van haar systemen en een samenleving die opnieuw besluit waarvoor die systemen eigenlijk bedoeld zijn’.
Michiel Verbeek