Michiel Verbeek

22 mrt

Ik heb het nieuwe boek van Joris Luyendijk over de bankierswereld gelezen. Ter voorbereiding van een artikel over het boek en de financiële sector van nu heb ik nog even mijn artikel over de kredietcrisis uit 2009 herlezen.

Het slechte nieuws is dat de Amerikaanse overheid de meeste schuld heeft aan de kredietcrisis. Meer dan bankiers. Maar het goede nieuws is dat veel overheden de wereld uit de kredietcrisis hebben gesleept en de mogelijkheid hebben om de wereld in te leiden in een nieuwe economische orde.

Voor veel politici en het grootste deel van de journalisten is het noodzakelijk om problemen klein en begrijpelijk te maken. Dat leidt ertoe dat de zeer complexe kredietcrisis teruggebracht wordt tot de graaicultuur van de bankiers. ‘Het moet afgelopen zijn met de bonussencultuur in de financiële wereld’, roepen politici graag voor zoveel mogelijk camera’s. Journalisten vinden dat ook wel overzichtelijk, dus die registreren de uitspraken met plezier en verzuimen de politici kritisch te ondervragen. En dat verhaal wordt herhaald en herhaald, totdat bijna iedereen erin geloofd.

Aanleiding van de crisis

De kredietcrisis is gestart bij de bank Paribas. Ver buiten de Verenigde Staten kon deze bank geen krediet meer krijgen bij andere banken voor de financiering van lopende transacties. Daarna werd Lehman Brothers met dezelfde problematiek geconfronteerd, maar dan een graadje erger. Er is geprobeerd om de val af te wenden, maar uiteindelijk wilde de Amerikaanse overheid niet bijspringen en durfden andere banken het niet aan om Lehman Brothers over te nemen. Ook al was de waarde van de bank van 50 miljard dollar teruggevallen naar 3 miljard. In de dagen voor 15 september 2008 is door de Amerikaanse overheid en de aantal grote banken in de Verenigde Staten geprobeerd een oplossing te vinden. Men moet toen onderschat hebben dat de val van Lehman Brothers zo’n catastrofale uitwerking op het hele systeem zou hebben. Door de onderlinge vervlechting tussen een groot aantal banken ging het hele systeem onderuit. Op diverse plekken in de wereld gingen banken onderuit. De diverse overheden grepen in bij die banken die van vitaal belang waren voor het hele financiële systeem. Dat deden ze met kapitaalinjecties of regelrechte nationalisaties. Een ongekende krachtige en kordate actie van de diverse overheden. Als ze dat niet hadden gedaan en er waren nog veel meer banken failliet gegaan dan was de chaos niet te overzien geweest!    

Veel vraag naar krediet

Banken waren ooit instellingen die de reële economie moesten faciliteren met krediet. Zodat bedrijven in staat waren in de markt hun werk te doen. Maar banken ontdekten halverwege de jaren 90 de mogelijkheden om zelf veel geld te verdienen. In een tijd waarin veel vraag was naar krediet vanwege een sterk groeiende wereldeconomie en veel aanbod van geld. Banken gingen steeds grotere leningen aan. Om die reden bestond er een groeiende vraag naar mogelijkheden tot het indekken van risico’s. Banken gingen op zoek naar meer geld en moesten daardoor meer risico afdekking. Een mooie uitdaging voor econometristen en wiskundigen om slimme constructies te ontwikkelen.       

Subprimehypotheken (subprime = ‘onder het ideale’)

De start van de kredietcrisis is gelegen in de ineenstorting van het systeem van het verpakken van leningen op basis van hypotheken. In 2007 kwam de klad in de stijging van huizenprijzen in de Verenigde Staten. Daarmee werd het steeds lastiger voor mensen om de lasten van een hypotheek te dragen. In eerste instantie voor mensen met weinig inkomen, maar later ook voor mensen met betere inkomens. De oorzaak van deze ineenstorting is voor het grootste gedeelte veroorzaakt door de overheid. In de Verenigde Staten staat het bevorderen van het particuliere huizenbezit al decennia lang hoog op de politieke agenda. Dat werd al in de jaren dertig ondersteund door het oprichten van de voorloper van Fannie Mae. Het was een overheidsinstelling die leningen kocht van banken en hypotheekverstrekkers zodat ze weer meer hypotheken konden uitgeven. Eind jaren zestig heeft de overheid meer concurrentie in de huizenmarkt gebracht door nog een privaat bedrijf te ondersteunen in deze markt. Dat was Freddie Mac. Banken moeten hypothecaire leningen uitgeven zodat particulieren huizen kunnen kopen. Maar banken gaan langjarige verplichtingen aan met risico’s. En banken moeten tegenover de uitgifte van leningen eigen vermogen hebben staan. Fannie Mae en Freddie Mac nemen hypotheken over van banken en verpakken de hypotheken in obligatieleningen op de kapitaalmarkt. Financiële instellingen in de Verenigde Staten hebben de bevordering van het huizenbezit gefaciliteerd. Tot het niveau van de zogenaamde NINJA-leningen (No Income No Job and Assets of te wel geen inkomen, geen werk en geen vermogen). Dat kon omdat er niet gekeken werd naar de draagkracht van leners voor de hele periode van de hypothecaire lening, maar naar de eerste twee jaren. Daarna zou opnieuw onderhandeld moeten worden over de rente. Renteverplichtingen konden worden beoordeeld tegen de achtergrond van een voortdurende stijging van de huizenprijzen. In het boek ‘Bankroet’ van Egbert Kalse en Daan van Lent staat het voorbeeld van de familie Hernandez. Zij kochten een huis in 2007 voor $489.000. Zij kregen een 100% financiering met een zogenaamde ‘teaser-rate’. Dat is een aantrekkelijke rente voor de eerste twee jaar. Na die twee jaar moet de familie Hernandez onderhandelen met de bank over de nieuwe rente. De teaser rente bedroeg in het voorbeeld 8,4% per jaar of te wel $3.423 per maand. Na twee jaar zou de familie Hernandez bezien of ze het huis wel of niet langer kunnen veroorloven. Was dat niet het geval dan zou de familie Hernandez de sleutels kunnen inleveren bij de bank en ze waren van de schuld af. De koper kan zich dus veroorloven om slechts twee jaar vooruit te zien. Als het de familie Hernandez economisch goed gaat en de waarde van het huis omhoog blijft gaan, dan kan de bank na twee jaar een volgende gunstige afspraak maken met de familie. De familie kan weer een iets hogere rente betalen en het risico voor de bank blijft beperkt, omdat de waarde steeds hoger wordt. Als de familie Hernandez de rente niet meer kan opbrengen dan kan de bank het huis makkelijk aan iemand anders verkopen. Als de waarde van het huis flink stijgt kan de familie Hernandez in de onderhandelingen naar de bank lagere rentelasten bedingen. Daar kan de bank in meegaan, omdat het risico kleiner is geworden door de stijging van de waarde van het huis. Het systeem loopt voor alle partijen prima totdat de huizenprijzen niet meer stijgen. In 2009 was het huis van de familie Hernandez nog maar $300.000 waard. De familie was gedwongen om de sleutels in te leveren en de bank zat met een strop van $189.000 ($489.000 - $300.000) en geen rentebetaling meer. Deze gang van zaken is in Nederland ondenkbaar. In Nederland hanteren banken een norm voor een hypothecaire lening van maximaal 4,5 keer je bruto jaarsalaris. In Nederland wordt de lange termijn veel meer in de uiteindelijke deal betrokken.

Amerikaanse overheid heeft het casinogedrag bevorderd

De overheid in de Verenigde Staten heeft het ‘casinogedrag’ nog meer bevorderd door in 1986 een einde te maken aan de aftrekbaarheid van alle soorten rentes (denk daarbij aan consumptief krediet) behalve de hypotheekrente. Wat gebeurt er dan in de praktijk: iemand die geld nodig heeft verhoogt zijn hypotheek. Het huis werd daarmee  een soort ‘pinautomaat’. Deze praktijken hadden nooit kunnen voorkomen als niet het overheidsbeleid er op gericht was om het systeem steeds verder te versoepelen. De overheid heeft ervoor gezorgd dat het systeem steeds verder werd opgerekt.   

Securitisatie

Met het verhaal van de familie Hernandez wordt duidelijk hoe gemakkelijk het was om een hypothecaire lening te krijgen. Maar dat is nog geen verklaring voor een wereldwijde crisis. Die kon ontstaan door de vlucht van de securitisatie. Dat is het systeem van het samenvoegen van activa als verhandelbare effecten. Banken moeten ten opzichte van hun leningen zo’n 6% tot 10% aan eigen vermogen hebben. Ze mogen dus ruim 10x zoveel aan leningen uitgeven dan ze zelf aan eigen vermogen hebben. Alleen banken mogen dat. Als er meer behoefte is aan leningen dan moet die bank meer eigen vermogen hebben. Dat kan door een aantal hypotheken door te verkopen aan bijvoorbeeld Freddie Mac en Fannie Mae. Maar die bedrijven moeten geld hebben om die hypotheken van de banken te kunnen kopen. Zij maakten pakketjes van diverse hypotheken en verkochten dat op de kapitaalmarkt in de vorm van een obligatielening. In de jaren 70 waren er veel aarzelingen bij investeerders vanwege de lange looptijd. Die lange looptijd sloot aan bij de looptijd van hypotheken. In de jaren 80 heeft de overheid de regelgeving versoepeld. Toen konden de obligatieleningen weer opgeknipt worden in kleine partjes en kon de lange looptijd worden omzeild. Dankzij overheidsbeleid is de securitisatie tot grote bloei gekomen! En die obligatieleningen bleven niet alleen in de Verenigde Staten, maar gingen de hele wereld rond. Naast Freddie Mac en Fannie Mae gingen veel meer financiële instellingen (banken, hedgefunds, private equity bedrijven) aan de slag met securitisatie. Door de knip tussen de lange termijn verplichtingen en de daarbij behorende financiering raakten financieringsconstructen en de onderpanden volkomen los van elkaar. Op het front van de korte termijn constructen had men niet op tijd door dat de lange termijn onderpanden steeds minder waard werden. Totdat ook de markt van korte termijn constructen in de problemen kwam.

Overheid bevordert securitisatie door goedkoop geld

De ontwikkeling van securitisatie werd bevorderd door de beschikbaarheid van geld tegen een lage rente. Na de internetzeepbel rond 2000 werd in de Verenigde Staten de rente teruggebracht van 6,5% naar 3,5%. Na 11 september 2001 werd geld nog goedkoper: 1,75%. De reden was: het voorkomen van het ineenstorten van de economie. De overheid en de centrale bank wilden de bestedingen en investeringen op peil houden. Omdat geld zo goedkoop was werd het voor financiële instellingen steeds aantrekkelijker om geld te lenen voor investeringen met hoge rendementen.

Falend toezicht

Het bankwezen is een zeer gereguleerde sector. De risicovolle ondernemingen van banken hebben ook niet zozeer binnen het bankwezen plaatsgevonden, maar daarbuiten. Banken maakten voor hun securitisatie praktijken graag gebruik van zogenaamde schaduwbanken. Aparte organisaties die zich aan het bankentoezicht konden onttrekken. De activiteiten van bijvoorbeeld hedgefondsen blijven buiten het bankentoezicht.

Saaie bankiers worden hippe geldverdieners

Door de versoepeling van de regelgeving, een gebrek aan toezicht op de hele financiële wereld, de beschikbaarheid van goedkoop geld, een sterke economische groei en de vraag naar hoge rendementen op spaargeld veranderde het bankwezen van facilitators van de reële economie, naar instellingen die voor aandeelhouders geldhandel moesten bedrijven met winstmaximalisatie als doel. Voor het verdienen van het grote geld hadden banken mensen nodig die nieuwe constructies konden bedenken. Constructies die veel rendement zouden opbrengen en de risico’s beperken. De beste econometristen en wiskundigen werden binnengehaald met forse salarissen en vooral bonussen als ze succesvol waren. Veel van de langjarige verplichtingen van banken en schaduwbanken werden gefinancierd met kortlopende constructies. De slimme econometristen en wiskundigen moesten modellen ontwikkelen voor het winstgevend kopen en verkopen van schuldpapieren ter dekking van de langtermijn verplichtingen. Aan en verkoop van posities moesten zoveel mogelijk door goeddoordachte geautomatiseerde systemen plaatsvinden.

Verruiming van regelgeving

Ondanks de verruiming van de regelgeving waren er nog steeds binnen het bankwezen regels die sommige constructies niet toelieten. Die werden vervolgens in organisaties buiten het bankwezen gezet. Bijvoorbeeld in hedgefondsen. In 2000 waren er 1.000 hedgefondsen met een geschat vermogen van 200 miljard dollar. In 2008 waren er 10.000 hedgefondsen met een geschat vermogen van tussen de 2.000 en 2.500 miljard dollar. De aan- en verkoopbeslissingen van de hedgefondsen gaan veel op basis van wiskundige modellen.

Securitisatie bij de Rabobank

In het boek ‘De gezonde Krimp’ van Bert Heemskerk, de in juli 2009 afgetreden voorzitter van de Raad van bestuur van de Rabobank, kunnen we lezen hoe de Rabobank de securitisatie deed.  Vorderingen werden gebundeld en ondergebracht in een aparte vennootschap. Vervolgens worden er notes, obligaties of ander schuldpapier uitgegeven. De bundels van verschillende leningen werden doorverkocht aan: pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, geldmarktfondsen of plaatsingen op de commercial paper markt. Sommige van die gebundelde leningen werden geplaatst bij een geldmarktfonds, maar bleven op de balans van de bank staan. De bank gaf een liquiditeitsfaciliteit aan de tijdelijke belegger. Het risico werd dus niet verkocht. De belegger kan het papier weer afstoten. Een ander vorm is dat de gebundelde leningen wel verkocht worden. Dan gaan ze uit de balans.    

Bonussen

Waarom is die hoge bonus cultuur ontstaan in de bankwereld? Omdat banken erg veel profijt konden hebben van nieuwe slimme financiële constructies en het aantal slimme bedenkers schaars was en is. Het fors betalen van de knappe koppen heeft een opstuwend effect op het hele loongebouw van een bank. Alle functionarissen die hiërarchisch boven de knappe koppen staan moeten dan automatisch ook omhoog in salaris en dus krijgen ook zij bonussen in het vooruitzicht gesteld bij succes van nieuwe constructies. Het is niet zo lastig voor te stellen dat bovenin de organisatie vervolgens ook de salarissen steeds hoger worden. Maar dat geldt helemaal niet alleen voor de bankwereld. Is het slim om de bonuscultuur vanuit de overheid aan te pakken? Als dat al überhaupt kan. Vanuit de politiek is het gemakkelijk scoren. Het is inspelen op de jaloezie emotie van de kiezer. Een aantal banken dat geholpen is door de overheid zijn zich al weer aardig aan het herstellen. Het eerste wat ze dan willen is het aandelenkapitaal van de overheid terugkopen en de onderneming weer zonder overheid voortzetten. Dan is ook weer de weg vrij om over te gaan op ‘business as usual’. De overheid zou er goed aan doen om zich wat minder bezig te houden met de salarisstructuur in het bankwezen, maar meer met de vraag welke functie moet de bank hebben in de gehele economische constellatie? En welke maatregelen moet de overheid nemen om het spelveld van het bankwezen in te kaderen om excessen te voorkomen?. De overheid moet zich niet met de beloning bezighouden van private bedrijven. Bij de genationaliseerde banken is het volledig terecht dat de overheid wel ingrijpt. Het is te hopen dat de bankwereld stil staat bij de hoge salarissen en nagaat of de hoge salarissen zichzelf terug verdienen. Als dat het geval is dan zijn het slimme investeringen. Als Real Madrid met Kaka veel beter speelt en daardoor meer prijzen wint en meer inkomsten kan genereren dan is de hoge investering volop de moeite waard. De strijders tegen de bonussen krijgen het nog moeilijk als ze het volgende bedenken: het toezicht op de banken zal de komende tijd onherroepelijk worden aangescherpt. Maar de banken en de schaduwbanken zullen door de markt uitgedaagd worden om naar nieuwe wegen te zoeken. Hoe strenger de regulering, hoe groter de beloning die wacht als je de regulering kunt ontduiken!

De Code Banken

Op de G20 top in Pittsburgh (eind september 2009) hebben de wereldleiders ferme uitspraken gedaan over de graaicultuur van bankiers en hun bonussen. In Nederland heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) op 9 september 2009 een code uitgebracht waar alle Nederlandse banken zich aan gaan houden. Vanuit het principe van pas toe of leg uit. Als je als bank de code niet toepast dan moet je het uitleggen. Lijkt me een zeer werkbare escape voor banken als het nodig is! Het is natuurlijk prachtig dat de wens tot verandering uit de sector zelf komt en niet met een opgeheven vingertje wordt opgedrongen door de overheid. Een code van een sector is pas interessant als het een verandering teweeg kan brengen in het hele systeem. Dat gaat de Code Banken zeker niet doen. Mooie woorden over de noodzakelijke deskundigheid van de leden van de Raad van Bestuur en de leden van de Raden van Toezicht verraad een grote minachting voor de klanten van de bank. Je mag toch hopen dat de top van de bank ook in het verleden een paar eisen heeft gesteld aan de medewerkers, bestuurders en toezichthouders! Andere onderdelen waar de NVB en ook de minister van Financiën, Wouter Bos, enthousiast van worden zijn: het beloningsbeleid moet rekening houden met de lange termijn belangen van de bank, de vergoeding bij ontslag van een lid van de raad van bestuur mag maximaal 1 jaarsalaris zijn en als dat erg onredelijk is dan mag 2 jaarsalarissen en de variabele beloning mag per jaar niet meer zijn dan maximaal 100% van het vaste salaris. En de NVB denkt hiermee een positieve bijdrage te hebben geleverd aan het analyseren van en reageren op de kredietcrisis? Als de politiek enthousiast is over deze code dan zullen de banken zeer tevreden zijn. De topbestuurders kunnen immers gewoon wat hogere salarissen krijgen en alles is weer geregeld. Trouwens de politiek moet ophouden met zich te bemoeien met de salarisstructuur van banken. De meeste banken zijn private bedrijven en dus heeft de overheid niets te maken met de beloningstructuur. Bij de banken die nu geld krijgen van de overheid ligt dat anders, maar die situatie zal van korte duur zijn!   

Na de kredietcrisis

Iedereen die schande spreekt van het gedrag van mensen in de financiële wereld moet zich goed realiseren dat dankzij diezelfde financiële wereld we in het Westen lange tijd geleefd hebben in een tijd met enorme economische voorspoed. Dankzij die financiële zeepbel was er veel meer geld in omloop. Waren er veel mensen die daar inkomens uit genoten en dat weer besteden in de reële economie. Die zeepbel is geknapt. Er is een groot deel van de totale geldhoeveelheid uit elkaar gespat. Is gewoon weg. We hadden een huis met drie verdiepingen. Eén verdieping is verdwenen. De totale economie moet het doen met een minder totaal bedrag. Dat vergt enige aanpassingen, maar er komt een moment van een herstart. Het ziet ernaar uit dat die aanpassingen al redelijk vorm krijgen. Voor de niet-Westerse wereld zal de klap harder zijn. Ook hun economieën krijgen klappen door de terugval in de wereldhandel, maar er gebeurt meer. De middelen die naar ontwikkelingslanden gaan zijn gekoppeld aan de omvang van het bruto nationaal product. Dat is minder geworden. Veel immigranten in de Westerse wereld sturen veel geld terug naar hun thuislanden. Als die migranten als eersten last hebben van teruglopende economieën zal die stroom van middelen naar ontwikkelingslanden ook minder worden. Het herstel in de ontwikkelingslanden zal zeer waarschijnlijk langer gaan duren dan in de Westerse landen.

Maarten Scheffer

Maarten Scheffer is een Nederlandse ecoloog die op 3 september 2009 verslag heeft gedaan van een belangwekkend onderzoek in het blad Nature. Ik heb me nog niet gewaagd aan het lezen van het wetenschappelijke artikel, maar beperk mij tot het optreden van Scheffer in de ‘Wereld draait door’. Hij ontvouwde daar zijn theorie. Een theorie die volgens hem opgaat voor een migraine aanval, een Tsunami, maar ook voor de kredietcrisis. Ik vertaal het als volgt: De uitholling van de stabiliteit van een systeem raakt op een gegeven moment in de buurt van een kantelpunt. Dan is er maar een klein duwtje nodig om tot een dramatische kanteling te geraken. In het programma van Mathijs van Nieuwkerk werd het beeldend voorgesteld met een scene uit de ‘Meaning of life’ van Monty Phyton. Een enorme dikke man zat zich helemaal vol te vreten. De laatste happen gingen al aardig moeizaam. Van het voedsel dat hij in zijn mond propte gleden delen langs zijn mondhoeken weer naar buiten. John Cleese in de hoedanigheid van een ober komt bij de mond met een heel klein mintchocolaatje. Hij prijst het kleine chocolaatje met overtuiging aan en stopt het in de mond van de dikke man. En dan komt de man bij het kantelpunt. De laatste druppel die de emmer doet overlopen. Hij zwelt op en spat uit elkaar!  De kredietcrisis was onvermijdelijk door het voorgaande. Door:

  1. het doorschieten van het bevorderen van het particuliere huizenbezit in de VS;
  2. het steeds verder verruimen van de regelgeving ten aanzien van securitisatie;
  3. de mogelijkheid voor financiële instellingen om hun risicovolle business buiten het systeem van toezicht op de banken te ontwikkelen;
  4. de roes van bankiers in het spel van het creëren van nieuwe constructies;
  5. de hebzucht van het grote geld;
  6. de lage rentestand voor banken waardoor het speculeren met vreemd vermogen aangewakkerd werd;

De wens van de Amerikaanse overheid om het particuliere huizenbezit te verhogen is gelukt, maar wel tegen een hele hoge prijs. Het particuliere huizenbezit was in 1975: 64,9%, in 2004 op z’n hoogtepunt: 69% en in 2005: 68,9%. In Nederland is het particuliere huizenbezit zo’n 56%.

De staatsschuld en de rekening van de crisis

In deze kredietcrisis hebben diverse landen erg veel geld gestopt in de banken en in stimuleringsmaatregelen voor de reële economie. De staatsschuld in Nederland was in 2008 47% van het Bruto Nationaal Product (BBP). In 2009 is dat 58,2% of te wel 346,2 miljard euro. Gedeeld door 16,5 miljoen inwoners is dat bijna 21.000 euro per persoon. De staatsschuld in de Verenigde Staten was in juli 2009: 11.500 miljard dollar. Gedeeld door 307 miljoen inwoners is dat bijna 37.500 dollar per inwoner. Als de wereld economie weer aantrekt en de Nederlandse Staat de aandelen in banken verkoopt, dan zal de opbrengst de staatsschuld fors doen verlagen. De kosten van de crisis voor de Nederlandse Staat waren ruim 85 miljard euro. Dat is erg veel geld, maar er zal weer heel veel terugkomen. De beurskoers van ING staat inmiddels al weer zo hoog dat de investering van het kabinet Balkenende alweer met winst teruggehaald kan worden! De aandelen ABNAMRO zullen ook in de loop van 2009 of in 2010 met winst weer verkocht kunnen worden.                    

Bij de miljoenennota voor 2009 in het najaar van 2008 presenteerde Wouter Bos als minister van Financiën nog een overschot op de begroting. In de miljoenennota voor 2010 zal rekening worden gehouden met een begrotingstekort van tussen de 5% en 6%. Maar in deze miljoenennota is geen rekening gehouden met de verkoop van aandelen met winst. Dat heeft ingrijpende effecten op de rentekosten. Als die situatie zich voordoet zal duidelijk worden dat de door Wouter Bos op Prinsjesdag aangekondigde jaarlijkse bezuiniging van ruim 35 miljard per jaar flink naar beneden bijgesteld kan worden.

Veel crisissen

In de periode 1973 tot 1997 zijn er 139 crisissen geweest, waarvan 41 in Westerse landen. Verreweg de meeste crisissen konden op tijd bedwongen worden. Voor het kantelpunt van Maarten Scheffer werd er al ingegrepen. Bij de kredietcrisis van het najaar van 2008 lukte dat niet. De grote uitdaging is om een dergelijke grote crisis nog als kleine crisis weten te herkennen en te bedwingen en niet uit te laten groeien tot een wereldwijde grote crisis.

Na de crisis

Onder economen zijn er veel verschillende denkbeelden over de lengte van de crisis. Zijn we in het najaar van 2009 al uit de grootste problemen of zal er nog een terugslag komen? In de periode maart t/m september 2009 is de beurs gestegen met 50% (dat is natuurlijk wel 50% van het beursniveau dat eerst gehalveerd is). Een groot deel van de verliezen is weer terugverdiend. Een ontwrichting van een systeem heeft tijd nodig om te herstellen. Er zijn veel tekenen dat het grootste leed geleden is. De economie kan weer groeien. Alleen wel op een niveau van een verdieping lager. Er is gewoon een enorme hoeveelheid geld in de crisis vervluchtigd. De inkomens achter die hoeveelheid geld zijn verdwenen. Daarmee is een grote hoeveelheid koopkracht verdwenen.

De banken herstellen alweer

Een aantal grote Amerikaanse banken (bijvoorbeeld Goldman Sachs) hebben zich al aardig hersteld. Het eerste wat ze doen bij herstel is de overheid uitkopen. Daarna zijn ze weer vrij om zelf de lijn van de bank uit te stippelen. Bij die banken die de ergste crisis doorstaan hebben, grijpen weer terug naar oude gewoonten. De bonussen zijn weer terug. Het systeem zit zo in elkaar! Er is winst te behalen als jouw bank slimme nieuwe constructies ontwikkelt. En als dat profijt oplevert dan gebeurt het! Met of zonder politieke verontwaardiging! En denk aan de eerdere constatering: als de regelgeving strakker wordt, dan zal degene die winstgevende constructies weet te bedenken nog meer bonussen in het vooruitzicht gesteld worden! Zo werkt het systeem!

Na de crisis

De crisis is bezworen door zeer actief optreden van de overheden. Banken zijn gesteund met kapitaalinjecties of nationalisaties. Dat was onvermijdelijk. Als de overheid zich niet heel actief had opgesteld als redder van de banken dan waren veel meer banken omgevallen en was het vertrouwen onder burgers volledig weggeweest. In de samenleving komen we onbegrip tegen over het zeer uitbundig ondersteunen van de banksector, maar de afwezigheid van steun voor andere sectoren. Dat onbegrip is verklaarbaar, maar misplaatst. Als de financiële wereld niet meer vertrouwd wordt en individuen en bedrijven halen uit angst hun geld van de bank zakt een economie volledig in. Dat is van een andere orde dan in veel andere bedrijfssectoren. Als de ene bakker omvalt, kunnen mensen naar een andere bakker. Hier geldt letterlijk: de een z’n dood is de ander z’n brood. In de financiële wereld is dat heel anders. De vervlechting heeft tot gevolg dat ellende bij een bank een volledige stopzetting van onderlinge geldtransacties tot gevolg kan hebben. Je moet je eens voorstellen dat je niet meer kunt pinnen of de regelmatige betalingen niet meer kunt doen of vertrouwen. Het hele land zou in elkaar storten. In september 2008 toen het onderlinge geldverkeer tussen banken tot stilstand kwam is geprobeerd om een grote bank als Lehman Brothers niet failliet te laten gaan, maar over te laten nemen. Dat is niet gelukt. Een volgende bank was waarschijnlijk Meryll Linch geweest. Die heeft op tijd wel een verkoop kunnen regelen. Na de teloorgang van Lehman Brothers hebben heel veel overheden ingegrepen om erger te voorkomen. 

Een nieuw positief kantelpunt

De crisis heeft zin gehad als er een nieuwe tijd aanbreekt. En die laat zich zien. Een tijd waarin duurzaamheid een hoofdrol zal krijgen. De financiële crisis heeft ervoor gezorgd dat de klimaatcrisis meer onder de aandacht is gekomen. Politici over de hele wereld spreken zich uit voor de inzet van duurzame energiebronnen. Het momentum van aandacht voor duurzaamheid moet leiden tot een nieuw denken over omgaan met de omgeving en het inrichten en leiden van organisaties. We staan aan de vooravond van een nieuwe economische wereldorde. Met nieuwe hoofdrolspelers en gebaseerd op duurzame bronnen. De ‘eeuw van Azië’ breekt aan zoals Kishore Mahbubani dat heeft beschreven in zijn gelijknamige boek. De wereld lijkt klaar te zijn voor belangrijke stappen op het gebied van het economisch exploiteren van duurzame energie als zonne-energie, windenergie en andere duurzame energiebronnen. Ook in de strijd tegen een voedselcrisis lijken er technologische doorbraken voorhanden. Ik hoop dat we over 20 jaar kunnen constateren dat 2009 een kantelpunt was. Er is volgens mij geen reden om aan te nemen dat de crisis heel lang gaat duren. Voor september 2008 was er in Nederland een overspannen arbeidsmarkt en een behoorlijke economische ontwikkeling. Als de wereldhandel weer aantrekt moet Nederland snel kunnen aanhaken. Die positie van Nederland zou erg geholpen worden met een krachtiger beleid van de Nederlandse regering op het gebied van gebruik van duurzame energie en investeren in onderwijs. Nederland zou moeten beginnen met het volgen van het Duitse voorbeeld met het ‘feed-in’ systeem. Producenten van duurzame energie zijn verzekerd van een bepaalde opbrengst per kilowatt uur. Op die manier durven particuliere investeerders langjarige investeringen aan te gaan.  Als Nederland succesvol wil zijn in de nieuwe wereldorde zal Nederland moeten excelleren in de dienstensector. Daarvoor is hoogstaande kennis nodig. Dat borrelt boven als we over de hele linie het onderwijs in Nederland verbeteren. Laten we beginnen met de investeringen in het onderwijs op het gemiddelde niveau van de OESO landen (een samenwerkingsverband van 30 landen die het sociaaleconomische beleid bespreken, bestuderen en coördineren) te brengen.        

Systeemdenken

De kredietcrisis moet je zien als de teloorgang van een systeem. Een systeem dat bestaat uit de hebzucht van mensen, de uitdaging van het bedenken van nieuwe financiële constructen, het grote geld verdienen en de daarbij horende status, een overheid die verblind werd door het doel van het stimuleren van het eigen huizenbezit en daardoor het kader voor marktpartijen volstopte met verkeerde prikkels. Systemen kunnen kapot gaan als ze in de buurt komen van het kantelpunt van Maarten Scheffer.       

 Michiel Verbeek

26 september 2009

Dit artikel is gebaseerd op heel veel artikelen over de kredietcrisis en veel nadenken en de volgende boeken:

  1. Bankroet van Egbert Kalse
  2. Een gezonde krimp van Bert Heemskerk
  3. De crisiseconomie van Paul Krugman
  4. De kredietcrisis van Willem Vermeend
  5. Als de dollar valt van Willem Middelkamp
  6. De eeuw van Azië van Kishore Mahbubani
  7. De grote recessie van Casper van Ewijk en Coen Teulings
  8. De internationale kredietcrisis van George Soros
  9. De kredietcrisis van Jac. Kragt
  10. Overleef de kredietcrisis van Willem Middelkoop

 

Plaats een reactie

* Verplicht

Uw naam *
E-mailadres * (Uw gegevens worden met zorg bewaard en niet gepubliceerd of verstrekt aan derden)
Vertificatiesleutel
Captcha
Neem bovenstaande vertificatiesleutel over *
Bericht *