Michiel Verbeek

21 okt

Donderdag 11 oktober 2018 was ik op het congres van de NRC over de toekomst van het onderwijs. Een buitengewone leerzame dag. Hoogtepunten waren de bijdragen van Rene ten Bos, Jelle Jolles, Gert Biesta, Lennart Graaff en Koen Timmers. Hier een uitgebreid verslag.

 

René ten Bos

René ten Bos is een Nederlands filosoof, auteur en organisatiedeskundige. Hij is hoogleraar filosofie van de managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en honorary professor aan de Universiteit van St Andrews in Schotland. Hij staat bekend als een eigenzinnig denker en is daarom waarschijnlijk Denker des Vaderlands.

René ten bos heeft een boek geschreven onder de titel Bureaucratie als inktvis. Op basis van zijn onderzoek naar het verschijnsel bureaucratie sprak hij over onderwijs in de context van bureaucratisering. Daarvoor maakt hij het onderscheid tussen praktijken en instituten. Bij praktijken gaat het om waarden, mensen proberen te interesseren, inspireren en op verkeerde gedachten brengen om te ontdekken en te leren. Het gaat om zogenaamde internal goods. Bij instituten gaat het om external goods. Het gaat om controle. De dingen die opgeschreven worden zijn niet bedoeld om te lezen, maar om erbij te pakken als het nodig is.  External goods vormen een bedreiging voor de praktijken. In het onderwijs is behoefte aan minder institutionalisering. Het woord 'school' is afgeleid van het Griekse 'σχολή', dat 'vrije tijd' betekent. Ten Bos noemde het vrije ruimte. Leerprocessen zijn eigenlijk anarchistische processen en hebben vrije ruimte nodig. De vraag waar het onderwijs voor staat is: moeten we meer institutionaliseren of niet? Ten Bos vindt stellig van niet. Onderwijs is een dienst en geen product. Het kenmerk van het product is dat productie en consumptie makkelijk gescheiden kunnen worden. Daardoor kun je standaardiseren en institutionaliseren. Maar bij een dienst zijn productie en consumptie niet te scheiden. Tijdens de productie wordt de dienst geconsumeerd. Dat leent zich dus niet voor institutionalisering, maar voor context gedreven maatwerk. Onderwijs wordt bepaald door docenten. De zoon van René ten Bos heeft hem geleerd waarom leerlingen een hekel kunnen hebben aan school en waarom docenten die verhalen kunnen vertellen geliefd zijn. Studenten hebben behoefte aan contact. Dat is ook heel logisch omdat onderwijs een dienst is en geen product!  Naast institutionalisering vroeg ten Bos aandacht voor digitalisering en ecologisering. Omdat onderwijs een dienst is zit er een beperking aan de mogelijkheden van digitaliseren. Voor ecologisering brak ten Bos een lans, omdat het van groot belang is dat leerlingen de noodzaak leren om betrokken te zijn op de omgeving.  

 

 

Gert Biesta

Ik ben een groot fan van het werk van Gert Biesta. Regelmatig schrijf ik over zijn werk. Gert Biesta is Professor of Education aan de Brunel University in London. Ik kon zijn workshop niet volgen. Die zat vol. Daar ging het ongetwijfeld over de weg naar volwassenheid. Daarover heeft Lex Bolmeijer van De Correspondent een mooi interview gemaakt met Gert Biesta. Zeer de moeite waard om te beluisteren: https://decorrespondent.nl/8676/onderwijs-moet-opleiden-tot-een-volwassen-omgang-met-vrijheid/10228830480-4dd116e9

Gelukkig dat Gert Biesta ook nog even optrad in een paneldiscussie. Daar noemde hij nog een aantal interessante dingen. De school is een soort klusjesman. Nieuwe maatschappelijke problemen moeten vaak opgelost worden in het onderwijs. Dat wordt vaak vanuit Den Haag bedacht. Daar komt dan weer een apart programma voor en geld. Dat levert geen structurele goede aanpak op in het opleiden tot een volwassen omgang met vrijheid. Biesta reageerde ook nog even op het begrip ‘dienst’ waar René ten Bos over sprak. Onderwijs is een dienst, maar wel een ongevraagde dienst. Daarom zijn leerlingen niet altijd enthousiast over wat ze voorgeschoteld krijgen. Biesta prikkelde de bezoekers door vraagtekens te zetten bij de doelstelling van gelijke kansen. Beter is het te kiezen voor gelijke uitkomsten. Biesta zei: ik geef iedereen een 10. Eerst uitleg geven, dan een toets maken en vervolgens nagaan wat er per student moet gebeuren om die 10 te halen. Plotseling worden toetsen en feedback op de toetsen relevant.

 

 

Jelle Jolles

Jelle Jolles is hoogleraar van de Vrije Universiteit Amsterdam gespecialiseerd in psychiatrie, neurologie en geriatrie. Zijn boek het Tienerbrein is zeer populair in onderwijsland. Wat weten we eigenlijk van dat machientje in de bovenkamer van de kinderen, onze subjecten van het onderwijs?

De docent is uiterst belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook kennis. Het brein van kinderen is klaar om de ‘kluisjes’ te laten vullen. De basis ontwikkelgang bij kinderen is: nieuwsgierigheid, waarnemen, motoriek, handelen, taal, ruimtelijk denken, abstraheren. Het brein heeft prikkeling nodig om nieuwsgierigheid ruimte te geven. Het kluisjes vullen gebeurt optimaal bij een rijke omgeving. De thuissituatie speelt daar een hele belangrijke rol in, maar ook op school. Leraren moet niet gedwongen lesjes afdraaien, maar moet als coach sturen, ondersteunen en inspireren. Verhalen vertellen, beeld maken en soms functies als een Doornroosje wakker kussen. Bepalende factoren voor het presteren van een leerling zijn: welbevinden, motivatie en onderpresteren, stress, slaap, voeding, intelligentie, jongens en meisjes, dyslexie, ADHD, gedragsproblemen, impulsiviteit, verslavingen, schrale en rijke omgeving, ‘gewoon’ individuele verschillen. Op basis van die kennis moet het onderwijsaanbod worden vormgegeven. Dat gebeurt nog veel te weinig. We moeten ons goed beseffen dat het tienerbrein nog lang niet uitontwikkeld is aan het einde van de meeste schoolcarrières. Tot na het 25ste levensjaar ontwikkelt het brein zich. Tieners zijn nog geen vlinders die kunnen vliegen! Het ontwikkelproces is nog volop bezig en verdient de juiste uitdaging, sturing en ondersteuning. De tienertijd is er om te leren, te kennen en te begrijpen, om te ervaren en te beleven, motorische- en cognitieve- en sociale – en emotionele vaardigheden aan te leren, maar ook zelfinzicht en zelfregulatie. Daarmee ontwikkelt zich empathie. De leraar is in deze een motor en inspirator. Jolles liet ook nog even zien wat er allemaal niet geleerd wordt via de Cito toets. Er is grote behoefte aan veel bredere invulling van het lesprogramma op school.

 

Koen Timmers

Koen Timmers is een Belgische docent met de titel Global teacher of the year op zak. Op zijn website zijn een paar mooie voorbeelden te vinden van onderwijs via beeldscherm in ontwikkelingslanden. Met zijn aanpak kan hij docenten ter plekke trainen en kan hij kinderen inspireren. Koen Timmers stelt de vraag die door meerdere sprekers is gesteld: wat is het doel van onderwijs? Het was heel erg kennisverwerving en memoriseren. Het huidige onderwijs moet volgens Timmers meer learning by doing zijn en collaborate learning om een mooiere samenleving te maken. Hij liet wat beelden zien van zijn Keniaanse project waar zelf kennis wordt opgebouwd door ondersteuning via skype. In plaats van kennis erin pompen en memoriseren kiest Timmers in het Climate Action project voor zelf oplossingen laten zoeken voor een belangrijk maatschappelijk probleem als klimaatverandering. Koen Timmers noemt zijn aanpak lesgeven in de vierde industriële revolutie.

 

 

Maurice Peeters

Maurice Peeters is directeur van Young Capital. Zij hoorden dagelijks van hun klanten dat er veel mis is in het huidige onderwijs. Er wordt ongetwijfeld veel geleerd, maar niet datgene dat nodig op de arbeidsmarkt van die klanten. Reden om een eigen HBO ICT-opleiding te starten. Drie maanden keihard leren op een bootcamp, dan 4 dagen aan het werk en 1 dag naar de opleiding. Na 4 jaar hebben de studenten een geaccrediteerde opleiding en geen studieschuld. In het volgende schooljaar wil Young Capital met een vergelijkbare opleiding komen voor Techniek en Finance. Maurice Peeters ziet ruimte voor hun op de onderwijsmarkt, omdat de huidige scholen diplomafabrieken zijn geworden en onvoldoende inspelen op de wensen vanuit de markt. Dat doen zij zeer gefocust.

 

 

Lennart Graaff

Lennart Graaff is directeur van BLOC. BLOC ontwikkelt radicale projecten, concepten en strategieën waarvan zij geloven dat ze de maatschappij mooier, duurzamer en gezonder maken. Bouwen moet circulair en community driven zijn. Goed aansluiten bij wat de samenleving nodig heeft. Lennart Graaff liet een paar mooie voorbeelden zien: de Dutch Windwheel en de Dutch Mountains. Hij wil de Tesla onder de gebouwen zijn. Voor scholen had hij een leuk plan. Hij zou graag alle 10.000 scholen transformeren. Gebouwen volgens Lennart Graaff moeten een inspirerende omgeving bieden. Een gezond binnen- en buitenklimaat. Het gebouw moet gebouwd worden met herbruikbare materialen. Het gebouw moet flexibel zijn, het moet kunnen groeien en krimpen, maar ook anderszins aan gewijzigde omstandigheden kunnen aanpassen. Lennart Graaff noemde de wenselijkheid van de overgang van het CAPEX naar het OPEX-systeem. OPEX staat voor Operating Expenditures en betreft de terugkerende kosten voor een product, systeem of onderneming. CAPEX staat voor het zelf investeren in kapitaalgoederen. OPEX geeft maximale flexibiliteit en dus aanpassingsvermogen aan veranderende omstandigheden. Ook nuttig voor schoolgebouwen.


 

 

Prinses Laurentien interviewt kinderen van groep 8

 

Prinses Laurentien zet zich erg in voor het meer betrekken van de creativiteit en de frisse blik van kinderen bij het oplossen van maatschappelijke problemen. Zij voerde een gesprek met leerlingen van groep 8 van een basisschool. Over wat ze willen worden. Welke kennis willen ze graag vergaren? Wat school voor ze betekent. Welke vakken weg mogen en welke vakken erg leuk zijn en waarom? Wanneer een meester of juf onredelijk is? Als de juf of meester niet zo goed kan tekenen en toch dat vak moet geven, wat dan? Dan willen de kinderen wel helpen of de hulp inroepen van de Vogeljongen. En die kenden de meeste aanwezigen niet.

 

 

Mijn leerervaringen

Rene ten Bos gaf overtuigend aan dat het institutionaliseren van het onderwijs funest is. Onderwijs moet ruimte bieden aan dienstverlening van docenten aan leerlingen. Het is maatwerk en geen productiewerk. In meerdere bijdragen werd de relatie leraar-leerling als middelpunt van het onderwijsproces gezet. Dat is iets heel anders dan dat de docent alleen als begeleider rondloopt en alleen iets doet als de situatie daar om vraagt. Leerlingen hebben sturing, ondersteuning en inspiratie nodig van docenten. En die docenten moeten meer kennis hebben van het brein. Als ze dat hebben dan weten we dat we niet de schedels kunnen lichten en daar wat kennis in kunnen proppen. Er moet meer stof aangereikt worden voor een actief proces van leren door ervaren. Het kwam niet direct uit een van de bijdragen uit Rotterdam, maar na het lezen van artikelen en het bekijken van filmpjes van John Hattie ben ik er erg doordrongen geraakt van de noodzaak dat docenten met gelijke waarden en met elkaar een impact op leerlingen kunnen verwezenlijken. Dus af van we praktijk waarbij iedere docent z’n eigen gang gaat na het dichtdoen van de deur. De gezamenlijkheid van docenten is essentieel voor het effect op de leerprestaties van leerlingen.

Je zou het iedere school gunnen om Lennart Graaff te vragen om een nieuwe school te bouwen. Die zal er heel anders uitzien dan een reeks van lokalen met tafeltjes en stoeltjes voor 30 leerlingen. De school wordt dan die vrije ruimte zoals Rene ten Bos die graag ziet met ruime aandacht voor de drie onderdelen van Gert Biesta: kennisoverdracht, persoonlijke ontwikkeling en socialisatie.

 

Michiel Verbeek, 20 oktober 2018

Plaats een reactie

* Verplicht

Uw naam *
E-mailadres * (Uw gegevens worden met zorg bewaard en niet gepubliceerd of verstrekt aan derden)
Vertificatiesleutel
Captcha
Neem bovenstaande vertificatiesleutel over *
Bericht *